Waar bitter bij past
Bitters en kruidendranken worden op kruiden, wortels en schillen getrokken. Dat bittere is geen bijsmaak maar het punt: het maakt de mond schoon.
De lichte, rode bitters staan vooraan de maaltijd, met ijs en bruiswater of in een spritz. De zware kruidenbitters staan erna, puur en koud.
Bitter en zoet versterken elkaar. Een bitter naast iets zoets smaakt minder bitter dan dezelfde drank naast iets hartigs; daar kunt u mee sturen.
Zo schenkt u het
- Glas
- Vooraf in een wijnglas met veel ijs; erna in een klein borrelglas.
- Temperatuur
- Koud, uit de koelkast of over ijs.
- Puur of gemengd
- Licht en rood: met prosecco en bruiswater. Zwaar en kruidig: puur, in een klein glas.
Waar het bij past
- olijven en nootjes
- serranoham
- oude kaas
- bruschetta
- gefrituurde hapjes
- koffie na het eten
Dit geldt voor de soort als geheel. Wat een losse fles doet, staat op de bladzijde van die fles.
Alle 113 bitter in het schapAlle aanbevelingen van ’t Bockje
