Waar gin bij past
Gin is graanalcohol met jeneverbes als verplichte smaakmaker, en daarnaast alles wat de stoker erbij doet: citrus, koriander, kruidnagel, bloemen of komkommer.
Een London Dry houdt het bij jeneverbes en citrus en blijft droog. Nieuwere gin legt de nadruk vaker op bloemen of fruit; die vraagt om een andere tonic en om een ander garnituur.
Het garnituur is geen versiering. Een schil citroen brengt het citrusdeel naar voren, een takje rozemarijn het kruidige. Kies wat al in de gin zit en zet dat erbij; zet er niet iets naast wat er niet in zit.
Zo schenkt u het
- Glas
- Een ballon of een hoog glas, ruim gevuld met ijs zodat het ijs langzaam smelt.
- Temperatuur
- Goed koud. Een lauwe gin-tonic wordt waterig voordat hij op is.
- Puur of gemengd
- Bijna altijd gemengd: met tonic, in een martini of in een negroni. Puur drinken komt voor bij de zwaardere, op vat gelegen gin.
Waar het bij past
- oesters
- gerookte zalm
- garnalen
- olijven en ansjovis
- geitenkaas
- komkommersalade
- sushi
Dit geldt voor de soort als geheel. Wat een losse fles doet, staat op de bladzijde van die fles.
