Waar likeur bij past
Likeur is gedistilleerd met suiker en smaak erbij: vruchten, kruiden, noten, koffie of room. Dat zoet bepaalt waar hij past en hoe u hem schenkt.
Het zoet in een likeur is geen bijzaak maar de hoofdzaak. Het maakt hem zwaarder op de tong dan een gewone gedistilleerde drank van dezelfde sterkte, en het vraagt om een klein glas en een kleine hoeveelheid.
De regel die bij zoet altijd opgaat: wat u ernaast zet moet minstens zo zoet zijn als de likeur zelf. Staat er een droger nagerecht naast, dan proeft dat nagerecht zuur en flauw.
Zo schenkt u het
- Glas
- Een klein tulpglas of een likeurglas van drie tot vijf centiliter.
- Temperatuur
- Vruchten- en kruidenlikeur koel, rond tien graden. Room- en koffielikeur uit de koelkast; die wordt stroperig en dat hoort erbij.
- Puur of gemengd
- Puur na het eten, of als zoete helft in een cocktail. In een mix doet een halve maat vaak al genoeg.
Waar het bij past
- chocoladetaart
- tiramisu
- vanille-ijs
- appeltaart
- koffie na het eten
- noten en gedroogd fruit
- oude kaas met honing
Dit geldt voor de soort als geheel. Wat een losse fles doet, staat op de bladzijde van die fles.
Alle 786 likeur in het schapAlle aanbevelingen van ’t Bockje
