Uitleg2 september 20265 min lezen

Campbeltown levert 68 van de 3.784 whisky’s die bij ons in Bathmen staan. Dat is de kleinste streek van Schotland in ons schap, ver achter Speyside met 696 en Islay met 478. Toch krijgt dat handjevol flessen meer vragen dan menig groot merk.

Dat komt doordat Campbeltown iets is wat geen enkele andere Schotse whiskystreek is: een stadje met een streekstatus. Geen landstreek, geen eiland, maar één plaats aan het einde van een schiereiland, die haar eigen naam op het etiket mag zetten. Hoe dat zo gekomen is, is een verhaal van opkomst, ineenstorting en een paar mensen die het niet lieten verdwijnen.

De whiskyhoofdstad die bijna verdween

Campbeltown ligt op Kintyre, het lange schiereiland dat vanuit het westen van Schotland naar het zuiden wijst. Over land is het een flinke rit; over water lag het dicht bij Ierland, bij Glasgow en bij de kolenmijnen. In de negentiende eeuw was dat precies de goede plek voor whisky. Er was gerst, er was turf, er was steenkool vlakbij en er lag een haven om vaten mee te versturen.

In 1835 stonden er bijna dertig distilleerderijen in dat ene stadje. Campbeltown werd de whiskyhoofdstad van de wereld genoemd, en dat was in die jaren geen overdrijving. Wie er liep, rook het.

Toen kwam de jaren twintig. De Amerikaanse drooglegging sloeg de belangrijkste afzetmarkt weg, de kolenmijn bij het stadje raakte uitgeput en de vraag naar de zware Campbeltown-stijl liep terug. De ene na de andere distilleerderij ging dicht. Van bijna dertig bleven er uiteindelijk twee over.

Twee, en pas sinds 2004 weer drie.

Dat is precies de kwestie die het stadje jarenlang bezighield. Een whiskystreek met twee werkende distilleerderijen, is dat nog wel een streek? Campbeltown heeft de status behouden, en dat er in 2004 een derde bijkwam heeft daarbij geholpen. Hoe klein het gebied gebleven is, ziet u aan ons eigen schap: 68 flessen uit Campbeltown tegenover 696 uit Speyside.

De gebouwen van distilleerderij Glengyle in Campbeltown, waar Kilkerran wordt gemaakt
De gebouwen van distilleerderij Glengyle in Campbeltown, waar Kilkerran wordt gemaakt. De naam Kilkerran komt van Ceann Loch Chille Chiarain, de oude Gaelische naam van het stadje. Foto: Leslie Barrie (CC BY-SA 2.0), via Wikimedia Commons

Springbank, dat alles op eigen terrein doet

De distilleerderij die de streek door de magere jaren heeft gedragen is Springbank, in bedrijf sinds 1828 en nog altijd in handen van dezelfde familie. Het is de enige Schotse distilleerderij die het hele proces op eigen terrein houdt: mouten, stoken, rijpen en bottelen gebeuren allemaal binnen dezelfde poort.

Dat klinkt vanzelfsprekend, maar dat is het niet. In Schotland koopt vrijwel elke distilleerderij haar mout kant en klaar bij een grote mouterij, en het bottelen gebeurt meestal elders, soms honderden kilometers verderop. Springbank mout zijn eigen gerst nog op een vloer, met de hand omgekeerd, en vult de flessen op hetzelfde adres.

De Springbank-distilleerderij in Campbeltown, gezien vanaf de straat
De Springbank-distilleerderij gezien vanaf de straat. Van de twintig Springbank-flessen die wij in het schap hebben, staan er dertien nog in één exemplaar. Foto: Lirazelf (CC BY-SA 4.0), via Wikimedia Commons

Het gevolg is dat er weinig gemaakt wordt. Wat er gemaakt wordt, gaat over de hele wereld, en een winkel krijgt van veel bottelingen maar een handvol flessen. Dat is de reden dat u van Campbeltown zelden een volle plank ziet, ook niet bij ons.

Drie namen uit één ketelhuis

Wie de etiketten naast elkaar legt, ziet drie merknamen uit datzelfde ketelhuis komen: Springbank, Longrow en Hazelburn. Dezelfde gerst, hetzelfde water, dezelfde ketels. Het verschil zit in twee knoppen: hoe vaak er gedistilleerd wordt, en hoeveel turfrook er bij het drogen van de gerst is gebruikt.

De koperen ketels in de Springbank-distilleerderij in Campbeltown
De koperen ketels van Springbank. Glengyle even verderop stookt met twee ketels die uit de gesloten distilleerderij Ben Wyvis zijn overgenomen. Foto: Andrewrabbott (CC BY-SA 4.0), via Wikimedia Commons

Springbank zelf gaat tweeënhalf keer door de ketels en is licht geturfd, rond de twaalf tot vijftien ppm. Die tweeënhalf is geen woordspeling: een deel van de vloeistof gaat een extra ronde. Longrow gaat twee keer en is zwaar geturfd, rond de vijftig ppm, en wordt sinds 1973 gemaakt. Hazelburn gaat drie keer en is helemaal ongeturfd; die is de jongste van de drie en wordt sinds 1997 gestookt.

Driemaal distilleren is in Schotland ongebruikelijk en levert een lichtere spirit op. De naam Hazelburn is trouwens geleend van een van de distilleerderijen die het stadje in de jaren twintig kwijtraakte. Springbank hield de naam in leven voor deze stijl.

Distilleerderij Springbank in Campbeltown, waar Longrow wordt gemaakt
Distilleerderij Springbank in Campbeltown, waar ook Longrow wordt gemaakt. De sterkste Longrow in ons schap is een Duty Paid Sample van elf jaar op 58,2 procent. Foto: Leslie Barrie (CC BY-SA 2.0), via Wikimedia Commons

Glengyle terug in bedrijf, en Glen Scotia als derde

Glengyle werd in 1872 gebouwd door William Mitchell, die na onenigheid met zijn broer bij Springbank was vertrokken. In 1925 stopte de productie, en het gebouw stond driekwart eeuw stil. In 2000 richtte Hedley G. Wright, een nazaat van de oprichter, Mitchell’s Glengyle op. Na vier jaar verbouwen liep op 25 maart 2004 de eerste nieuwe spirit.

De whisky heet geen Glengyle maar Kilkerran, omdat de naam Glengyle al als handelsmerk voor een blended malt was vastgelegd. De mout komt van de vloermouterij van buurman Springbank en ligt rond de vijftien ppm; voor de Heavily Peated wordt zwaarder geturfde mout gebruikt.

De derde is Glen Scotia, in 1832 opgericht als Scotia Distillery door Stewart, Galbraith & Co. Dat huis heeft de moeilijke eeuw op eigen kracht doorstaan en werd in 1994 overgenomen door de Loch Lomond Group. In 2021 werd de vijfentwintigjarige in San Francisco tot Best in Show uitgeroepen.

Waar u kunt beginnen

Campbeltown is geen streek waar u met een volle plank begint, want die is er niet. Het is eerder een streek waar u een fles tegenkomt en die dan meeneemt. De vaste bottelingen zijn het verstandigste beginpunt: bij Kilkerran de twaalfjarige, bij Glen Scotia de Double Cask of de tienjarige.

Van de 68 Campbeltown-flessen die wij staan hebben is een flink deel eenmalig: handgevulde flessen van de distilleerderij zelf, festivaledities en losse vaten van onafhankelijke bottelaars. Weet u niet welke kant u op moet, kom langs of bel 0570 541 278. Daar zijn we voor.

Verder kijken

Alle Schotse flessen staan bij elkaar op onze pagina whisky uit Schotland, waar u op streek kunt filteren. Breder kijken kan via de whiskygids of het register met alle whiskymerken, en gericht zoeken doet u in de zoekmachine van de slijterij.

Per huis vindt u de achtergrond en het aanbod: Springbank, Longrow, Hazelburn, Kilkerran en Glen Scotia.

Wilt u de andere kant van Schotland zien, de streek waar het juist wemelt van de stokers, lees dan Speyside whisky: waarom er nergens zoveel stokers staan.