Het korte antwoord op deze vraag staat op de vraagpagina Hoe bewaart u een fles whisky?. Hieronder leest u het hele verhaal erachter.
Van de 3.943 whisky’s die bij ons in Bathmen op het schap staan, gaat er elke week een flinke stapel de deur uit. Wat er daarna in de kast gebeurt, is de vraag die aan de toonbank het vaakst terugkomt: die fles die ik vorig jaar heb opengemaakt, is die nog goed?
Het antwoord is bijna altijd ja. Maar goed en onveranderd zijn niet hetzelfde, en het verschil tussen die twee is precies waar het hier over gaat.
Whisky bederft niet, maar staat ook niet stil
Eerst het geruststellende deel. Whisky wordt meestal rond de veertig procent alcohol gebotteld, en daar houdt vrijwel geen bacterie of gist het in uit. Er zit geen restsuiker in die alsnog kan gaan gisten en geen eiwit dat kan bederven. Een fles whisky kan daarom niet zuur worden zoals een fles wijn, en u vindt er geen houdbaarheidsdatum op.
Een hardnekkig misverstand is dat de whisky in de fles verder rijpt. Dat gebeurt niet. Rijpen gebeurt op het vat: het hout geeft kleur en smaak af, laat lucht door de duigen heen en neemt elk jaar een deel van de inhoud op. Zodra er gebotteld is, houdt dat allemaal op. Een twaalf jaar oude whisky die u dertig jaar in de kast zet, is daarna nog steeds twaalf jaar oud. Wat die leeftijd wel en niet zegt, staat in wat de leeftijd op een whiskyfles betekent.

Wat de lucht in de fles wel doet
Zodra u de fles openmaakt, komt er lucht boven de whisky te staan, en die lucht blijft er. Elke keer dat u inschenkt, zakt het niveau en wordt de ruimte erboven groter. Zuurstof reageert langzaam met de stoffen die geur en smaak dragen, en langs de stop verdwijnt er over de jaren ook iets door verdamping.
Dat gaat niet hard en het maakt de whisky niet ondrinkbaar. Het maakt hem anders. De scherpe randen van de eerste dag worden ronder en de geur wordt vlakker. De ene drinker vindt dat prettig, de andere mist juist wat er weg is.
Als vuistregel houden wij het hierop aan. Staat de fles nog boven de helft, dan kunt u er een paar jaar over doen zonder dat er veel gebeurt. Zakt hij onder een derde, dan is er meer lucht dan whisky in de fles en gaat het merkbaar sneller; dan praat u eerder over maanden dan over jaren. Een harde regel is het niet, want een fles op vatsterkte houdt langer stand dan een lichte blend. Wat cask strength precies betekent, leest u in dat artikel.
Rechtop, donker en niet te warm
Drie dingen bepalen hoe snel het gaat, en alle drie heeft u zelf in de hand.
Rechtop. Wijn legt u op zijn kant, whisky juist niet. Bij veertig procent alcohol tast de drank de kurk aan zodra hij er voortdurend tegenaan staat. De stop wordt zacht, laat los en kan gaan lekken of smaak afgeven aan de whisky. Zet de fles dus staand weg. Hem af en toe even kantelen, zodat de kurk niet kurkdroog wordt, is genoeg.
Donker. Daglicht breekt stoffen in de whisky af, en zonlicht doet dat het snelst. De kleur kan er zichtbaar van verschieten. Een dichte kast is beter dan een open plank bij het raam. Hebt u de kartonnen koker bewaard waarin de fles verkocht werd, dan doet die hetzelfde werk.
Niet te warm. Kamertemperatuur is prima. Wat u wilt vermijden is de schommeling. Boven een radiator, in de vensterbank of op een zolder die ’s zomers oploopt, zet de inhoud steeds uit en krimpt weer, en dat duwt lucht langs de stop naar binnen en naar buiten.

Overgieten als de fles bijna leeg is
Blijft er een laatste bodem over van iets waar u zuinig op bent, dan is overgieten de enige ingreep die echt verschil maakt. Giet de rest in een kleiner, schoon flesje en vul dat tot aan de hals. Minder lucht boven de whisky betekent minder verandering, en u hebt er niets anders voor nodig dan een flesje met een goed sluitende dop.
Twee hulpmiddelen doen hetzelfde. Glazen knikkers in de fles duwen het niveau omhoog, zodat er minder ruimte overblijft, en schoon glas geeft niets af aan de whisky. Daarnaast bestaan er spuitbussen met argon, een zwaar gas dat op de whisky blijft liggen en de zuurstof wegduwt. Ze werken allebei, maar allebei lossen ze hetzelfde op als een kleiner flesje.

Wat niet helpt
Hier moeten we eerlijk zijn, want op dit punt gaat het in de praktijk het vaakst mis.
Een karaf is geen bewaarplaats. Hij staat mooi en hij schenkt prettig, maar de slijpstop sluit zelden luchtdicht en het glas is doorgaans helder, dus het licht komt er ongehinderd bij. Giet er hooguit in wat u binnen een paar weken opdrinkt, en laat de rest in de fles zitten. Bij een oude karaf van loodkristal komt daar nog bij dat lood uit het glas in de drank kan oplossen wanneer er maanden of jaren sterkedrank in staat. Voor een avond is dat geen punt, voor de lange bewaring wel.
De koelkast en de vriezer helpen evenmin. Whisky bevriest bij huishoudelijke temperaturen niet, dus kapot gaat er niets, maar koude drukt de geur weg en dat is nu juist het deel waar het om draait. Wilt u hem toch koud, schenk dan in en laat het glas even staan. Welk glas daarbij hoort, staat in tumbler, Glencairn of copita.
Waar u kunt beginnen
Wie één fles per keer opmaakt, heeft aan dit hele verhaal weinig. Wie er zes tegelijk open heeft staan, des te meer: zet dan de flessen die het langst open zijn vooraan.
Wilt u eerst zien wat er bij ons staat, dan zet de zoekmachine van de slijterij alle 3.943 whisky’s van 591 merken op een rij, en op de whiskypagina staat de indeling per land en streek. Twijfelt u over een fles die al een tijd open staat, neem hem dan mee of bel 0570 541 278. Dan kijken we met u mee.
Verder lezen
Hoeveel er eigenlijk in een fles gaat en hoe lang u er dus over doet, rekent hoeveel whisky gaat er in een glas voor u uit.
Dezelfde vraag speelt bij andere flessen in de kast, en het antwoord valt daar heel anders uit. Zie hoe lang blijft port goed na het openen en een geopende fles cognac.

