Uitleg7 oktober 20265 min lezen

In de winkel aan de Brink staan 431 rums van 112 merken. Daarmee is de vraag hoe u rum drinkt niet met een enkel antwoord af te doen. Een lichte Cubaanse ron uit een kolomketel is gemaakt om te mengen. Een zware Jamaicaanse pot still vraagt om een glas en verder niets.

Toch is er een werkwijze die bij elke fles werkt, en die begint steeds op dezelfde plek: proef hem eerst zoals hij uit de fles komt, en beslis daarna pas wat erbij moet. Hieronder leest u wat het glas doet, wat water en ijs doen, en wanneer mengen juist de verstandigste keuze is.

Begin puur, en op kamertemperatuur

Schenk twee tot drie centiliter in en laat het glas even staan. Rum die net uit een koude kast komt geeft weinig prijs, want kou houdt de geurstoffen tegen. Op kamertemperatuur komt er meer los, en binnen een paar minuten merkt u of u met een droge, lichte rum te maken heeft of met een volle.

Ruik rustig, met de mond iets open, en steek uw neus niet diep in het glas. Neem daarna een kleine slok en laat die even liggen. De eerste slok prikt bij vrijwel elke sterke drank; de tweede valt bijna altijd rustiger uit. Oordeel dus nooit op de eerste.

Pas als u weet wat er in de fles zit, heeft het zin om iets toe te voegen. Andersom werkt het niet: wie meteen cola inschenkt, weet nooit wat hij heeft weggegeven.

Een klein glas met een bodempje rum erin
Een klein glas met een bodempje rum erin, met het logo van een distilleerderij op het glas. Van de 431 rums in de winkel in Bathmen komen er 49 uit Jamaica. Foto: Parchaco (CC0), via Wikimedia Commons

Het glas doet meer dan u denkt

De tumbler met de dikke bodem is het bekendste rumglas. Voor rum met ijs is dat ook het juiste glas: er is ruimte voor het blok, en de wijde opening laat de alcoholdamp weglopen in plaats van hem onder uw neus te verzamelen.

Wilt u juist ruiken wat er in de fles zit, dan werkt een tulpvormig glas beter. De buik verzamelt de geur en de smalle rand stuurt hem omhoog. Het is hetzelfde glas dat whiskydrinkers gebruiken, en het doet voor rum precies hetzelfde werk; in tumbler, Glencairn of copita staat per model wat hij doet.

Het kleine borrelglas laat niets ruiken. Dat is geen verkeerd glas, maar wel een keuze: u drinkt er de alcohol mee en niet de rum.

Twee Glencairn-whiskyglazen met een glazen waterkan ernaast
Twee tulpvormige glazen met een gedistilleerde drank erin, met een glazen waterkan erachter. Die vorm heet een copita en komt oorspronkelijk uit de sherrykelders van Jerez. Foto: Lord van Tasm (CC BY-SA 3.0), via Wikimedia Commons

Water en ijs zijn twee verschillende ingrepen

Een paar druppels water verlagen het alcoholpercentage net genoeg om geurstoffen los te laten die bij volle sterkte blijven zitten. Begin met twee of drie druppels, proef, en herhaal als de rum nog niet open genoeg is. Water kunt u toevoegen; eruit halen kan niet.

IJs doet iets anders. Het verdunt ook, maar het koelt vooral, en kou dempt de geur. Bij een volle, zoete rum kan dat precies de bedoeling zijn, en op een warme avond ook. Wilt u verdunnen zonder snel te koelen, neem dan een groot blok in plaats van vier kleine: minder oppervlak betekent langzamer smelten.

Bij rum op hoge sterkte is water geen luxe maar noodzaak. Wat aanduidingen als overproof en navy strength betekenen, staat in overproof en navy strength.

Gemengd drinken is geen tweede keus

Een groot deel van het rumschap is gemaakt om gemengd te worden. De lichte, droge stijl uit Cuba en de rest van de Spaanse school wordt in de kolomketel bewust schoon gehouden, juist zodat limoen, suiker en munt erdoorheen komen.

De klassiekers vragen elk om een ander type. In een cuba libre met cola heeft u rum nodig met genoeg eigen karakter om niet te verdwijnen. In een daiquiri of een mojito werkt een witte rum beter, want daar valt niets te verbergen achter kleur of zoetheid. En een zware Jamaicaanse rum, die puur bijna te veel is, kan in een punch met vruchtensap juist op zijn plek vallen.

Mengen is dus geen belediging voor een goede fles. Alleen bij een rum die het van zijn geur moet hebben, blijft er na een half glas cola weinig over.

Een hoog glas met een lichte drank, limoen en munt op een bar
Een hoog glas met een lichte drank, limoen en munt, op een bar. De mojito en de daiquiri komen allebei uit Cuba, waar 44 van onze rums vandaan komen. Foto: El Nuevo Doge (CC0), via Wikimedia Commons

Wat er niet op het etiket staat

Op een rumfles staat zelden hoe hij gedronken wil worden, en dat komt doordat er voor rum veel minder is vastgelegd dan voor whisky of cognac. Woorden als gold, dark, anejo en reserva zijn geen beschermde stijlen. Ze zeggen iets over de bedoeling van het huis, niet over een voorschrift.

Twee dingen zijn daarom bruikbaarder dan de voorkant van het etiket. Het eerste is het land of de distilleerderij, want dat zegt meer over de stijl dan de kleur; in wit, goud en bruin leest u waar die kleur werkelijk vandaan komt. Het tweede is de vraag of er na het rijpen nog suiker bij is gegaan. Afronden met suiker is binnen de Europese regels toegestaan en hoeft niet op het etiket, en een gezoete rum drinkt voller dan hij op papier lijkt.

Wie de stijlen uit elkaar wil houden voordat hij kiest, vindt ze op een rij in soorten rum.

Waar u kunt beginnen

Het verschil tussen puur en gemengd ziet u in een avond als u twee flessen naast elkaar zet: een witte rum die voor de shaker bedoeld is, en een gerijpte die dat niet is. Zet er een glas water bij, proef ze eerst allebei puur, en meng pas daarna.

Twijfelt u welke rum bij uw manier van drinken past, loop dan binnen aan de Brink of bel ons. Online doorzoekt u het hele schap met de zoekmachine van de slijterij, en bestellen kan in de webshop, bijvoorbeeld de Havana Club Anejo Especial.

Verder kijken