Wie bij ons aan de toonbank vraagt welke whisky hij zal meenemen, krijgt vaak eerst een wedervraag terug: waar drinkt u hem uit? Dat lijkt een omweg, maar dat is het niet. Wij hebben 3.880 whisky’s van 592 merken in de winkel staan, en het glas is daarbij verreweg het goedkoopste onderdeel van de avond. Het is tegelijk het onderdeel dat het meeste verschil maakt.
In het schap aan de Brink staan 264 glazen. Verreweg de meeste daarvan zijn bierglazen; onder de noemer whisky- en proefglas staan er 21. Dat klinkt karig, maar veel meer vormen bestaan er ook niet. Het gaat in de kern om drie families: de tumbler, het tulpvormige proefglas en het glas op een steel. Hieronder leest u waar elk van die drie voor gemaakt is.
Wat een glas met de geur doet
Bijna alles wat u van whisky proeft, ruikt u. De tong onderscheidt zoet, zuur, zout, bitter en hartig; de rest van wat u smaak noemt, komt via de neus binnen. Alcohol draagt die geurstoffen mee omhoog, en wat het glas doet is bepalen waar die damp naartoe gaat.
Een glas dat bovenaan toeloopt, bundelt de damp en stuurt hem naar uw neus. Een glas dat bovenin even wijd is als onderin, laat hem opzij weglopen. Dat is het hele mechanisme. Er zit geen geheim in, en er bestaat geen glas dat een matige whisky goed maakt. Wel bestaat er een glas waarin u hoort wat er in de fles zit, en een glas waarin u de helft mist.

De tumbler: voor ijs en voor gemak
De tumbler is het rechte glas met de dikke bodem, zonder steel en zonder vernauwing. Bij ons staan er verschillende naast elkaar: de Spey tumbler van 20 centiliter, de Tumbler Black, de Tumbler Concerto Vidivi en de Tumbler whiskyglas Timeless.
Zijn kracht is ruimte. Er passen ijsblokjes in, er kan water bij, en hij valt niet om als hij op een brede leuning staat. Dat maakt hem het glas voor whisky met ijs en voor cocktails waarin whisky de basis is. De keerzijde is dat diezelfde wijde opening de geur laat ontsnappen. Bij een whisky die u om zijn geur hebt gekocht, geeft u dus iets weg. Bij een stevige whisky op ijs is het juist prettig, want de scherpte gaat er wat af.
Eén ding wordt daarbij vaak vergeten: ijs verdunt. Een blokje dat een half uur in het glas staat, verandert de drank meer dan een scheut water uit een kan.

Het Glencairn: het werkglas van de branche
Het Glencairn is de vorm die u op vrijwel elke proeverij tegenkomt: een bolle buik die naar boven toe smaller wordt, op een korte en stevige voet zonder steel. De buik geeft de drank oppervlak, de vernauwing bundelt de damp, en de zware voet maakt dat het glas tegen een tik kan.
Het Glencairn dat wij voeren houdt 17 centiliter, maar dat is de totale inhoud van het glas en niet de schenkmaat. U schenkt er een bodem in en laat de rest leeg; die ruimte is voor de geur, niet voor de whisky.
Dat deze vorm zo gangbaar is geworden, komt doordat proevers er onderling mee vergelijken: dezelfde whisky in hetzelfde glas geeft hetzelfde beeld. Voorgeschreven is hij nergens. Distilleerderijen gebruiken naast dit model ook andere glazen, en wie beweert dat er één officieel whiskyglas bestaat, verkoopt u iets.
De copita en de tulp: het glas met een steel
De copita komt niet uit Schotland maar uit Jerez, waar hij het standaardglas voor sherry is. Blenders namen de vorm over omdat hij hetzelfde doet als het Glencairn, met een steel erbij. Die steel is geen versiering. Uw hand is warmer dan de drank, en aan de steel houdt u die warmte eraf.
In onze glazenafdeling vindt u die vorm terug als het Pure Kristallen Whisky Glas Tulp en het Avant Garde Kristallen Whisky Glas op Voet. Wilt u juist klein schenken, dan staan er ook een Spey dramglas van 9 centiliter en een glas dat The Ultimate Perfect Dram heet. Van sommige proefglazen bestaat een uitvoering met een dekseltje erop, zodat de geur in het glas blijft hangen tot u begint.
Wat u beter niet pakt, en één uitzondering
Het ballonglas dat u van cognac kent, is voor whisky geen gelukkige keus. Die brede buik is bedoeld om met de warmte van uw hand geur los te maken uit een drank die lang op vat heeft gelegen. Bij whisky levert diezelfde vorm vooral alcoholdamp op, en daar ruikt u de rest niet meer doorheen. Het shotglas is nog ongelukkiger: dat is gemaakt om in één keer leeg te gaan, wat bij een whisky waar jaren in zitten zonde is.
De uitzondering is het wijnglas. Een klein witwijnglas heeft precies de tulpvorm die u zoekt en werkt beter dan menig glas met het woord whisky erop. Wie geen proefglas in huis heeft, hoeft er dus niet speciaal voor de deur uit.

Hoeveel schenkt u in, en wat doet water
Een bodem is genoeg. In een proefglas is drie tot vier centiliter gebruikelijk, en in een tumbler lijkt diezelfde hoeveelheid minder omdat het glas breder is. Hoeveel glazen er uit een fles gaan en waar de maat van een dram vandaan komt, staat in een eerder artikel over de dram, het glas en de fles.
Water is geen belediging. Een paar druppels verlagen het percentage in het glas en maken geuren los die er bij volle sterkte onder zaten. Neem koud kraanwater of bronwater, geen bruiswater, en doe het druppel voor druppel, want eruit halen kan niet meer. Bij whisky op vatsterkte is water eerder regel dan uitzondering.
Waar u kunt beginnen
Koopt u één glas, neem dan een tulpvormig proefglas. Dat werkt voor alles wat u niet met ijs drinkt. Koopt u er twee, zet er een tumbler naast voor de avonden dat het ijs erin gaat. Alle 21 glazen uit deze groep staan bij elkaar op de filterpagina voor whisky- en proefglazen, en in de Bekijk alle flessen vindt u ze met foto erbij. Twijfelt u tussen twee vormen, loop dan binnen: glazen vergelijkt u het makkelijkst met ze in de hand.

