In de winkel aan de Brink staan 1.054 bieren van 248 brouwerijen naast elkaar. Een flink deel daarvan drinkt u het liefst binnen een paar maanden. Een kleiner deel wordt juist pas interessant als het een jaar of langer heeft gelegen. Op het etiket staat bij allebei dezelfde soort datum.
Daarom komt de vraag zo vaak over de toonbank. Mijn bier is over de datum, kan dat nog? Het korte antwoord is bijna altijd ja. Het langere antwoord verschilt sterk per bierstijl, en daar gaat deze pagina over.
Wat die datum op het etiket betekent
Op vrijwel elk flesje speciaalbier staat “tenminste houdbaar tot”, gevolgd door een maand en een jaar. Die datum stelt de brouwer zelf vast. Hij zegt daarmee: tot hier sta ik ervoor in dat het bier smaakt zoals ik het bedoeld heb. Hij zegt niet dat het bier daarna weg moet.
Bier is ook geen product waar ziekteverwekkers in gedijen. De alcohol, de hop en de lage zuurgraad houden die tegen. Een bier over de datum is daarom geen bedorven bier. Het is een ander bier dan de brouwer voor ogen had: meestal vlakker, soms juist ronder.
Bij de zwaarste flessen zoekt u die datum trouwens tevergeefs. De Europese etiketteringsregels verplichten een houdbaarheidsdatum niet voor dranken boven de tien procent alcohol. Een barley wine of een imperial stout van elf procent mag dus zonder, en dat is geen slordigheid van de brouwer.
Wat een bier achteruit laat gaan
Drie dingen werken aan uw bier: zuurstof, licht en warmte. Ze doen het alle drie langzaam, en ze versterken elkaar.
Zuurstof zit altijd in kleine hoeveelheid in de fles, hoe zorgvuldig er ook wordt afgevuld. Hij reageert met stoffen uit de mout en levert op den duur een papierige, kartonachtige toon op. In een zwaar donker bier valt dat jarenlang niet op. In een pils of een frisse IPA merkt u het binnen enkele maanden.
Licht gaat het snelst van de drie. Ultraviolet licht breekt de hopstoffen af, en wat er overblijft geeft een scherpe, muskusachtige geur die keurmeesters lichtgeraakt noemen. Bruin glas houdt het meeste tegen, groen glas een stuk minder, helder glas vrijwel niets. Een fles die een middag in de zon staat, is verder achteruitgegaan dan een fles die een jaar in het donker heeft gelegen.
Warmte versnelt eenvoudigweg alles. Bij twintig graden loopt elke reactie in de fles merkbaar vlotter dan bij tien. Een krat op een warme zolder is dus de slechtste plek die u kunt bedenken.

Het gevolg is dat de stijlen die het van hop en frisheid moeten hebben, hun aardigheid het eerst verliezen. Een NEIPA, een session IPA, een witbier, een weizen en een pils drinkt u zo jong mogelijk; bij de sterk gehopte stijlen is een half jaar al te proeven. U merkt het aan het hoparoma dat verdwijnt, aan een schuimkraag die sneller inzakt, en uiteindelijk aan die kartonachtige toon. Welke stijl welke is, staat in ons overzicht bierstijlen op een rij.
Welke bieren juist beter worden van liggen
Aan de andere kant van het schap staan de flessen waar tijd voor werkt. Daar gaat het bijna altijd om bier met drie eigenschappen tegelijk: veel alcohol, veel mout en hergisting op de fles.
De alcohol beschermt, de mout levert de donkere tonen die zich bij het ouder worden pas goed ontvouwen, en de levende gist in de fles blijft langzaam doorwerken. Quadrupels, barley wines, imperial stouts en de zwaardere abdij- en trappistenbieren horen in die groep. Een jaar of twee rust maakt zo’n bier zachter en ronder, en de scherpe kantjes van de alcohol slijten eraf.
Een geval apart zijn de bieren van spontane gisting. Lambiek, geuze en de Vlaamse roodbruine bieren rijpen eerst jaren op grote eiken foeders en gaan daarna in de fles rustig verder. Bij een oude geuze is de houdbaarheidsdatum eigenlijk een startschot.

Vatgerijpte bieren zitten daartussenin. Een stout die op een whisky- of rumvat heeft gelegen, heeft de houttonen al meegekregen voordat de fles dichtging; die hoeft u niet jaren weg te leggen, maar hij verdraagt het wel. Wat geen enkel bier verdraagt, is een plek waar het licht en warm is. Een bier dat slecht heeft gestaan, wordt door wachten niet beter.
Hoe u bier bewaart, en wat er in een pakket mag
De regels zijn kort: donker, koel en rechtop.
Donker spreekt voor zich. In de doos, in de kast, in de kelder, niet in het zicht op een vensterbank. Koel betekent vooral stabiel: liever tien tot veertien graden dan een ruimte die per etmaal tien graden op en neer gaat, want schommelingen zijn vervelender dan een iets te hoge temperatuur. En rechtop, zodat het gistbezinksel netjes op de bodem blijft liggen en het bier niet tegen de kroonkurk aan staat.

Dat laatste punt telt ook voor een bierpakket. Een pakket dat een paar weken op de plank staat voordat het wordt uitgepakt, kunt u beter niet vullen met flessen die juist nu op hun best zijn. Zet er de bieren in die kunnen wachten, en leg er eventueel een briefje bij met welke fles als eerste open mag. Hoe u de stijlen over zo’n pakket verdeelt, staat in zelf een bierpakket samenstellen. Wilt u liever iets kant-en-klaars, kijk dan bij onze biergeschenken.
Waar u kunt beginnen
Wilt u zelf ondervinden wat een jaar met een bier doet, koop dan twee dezelfde flessen van een zwaar donker bier. Drink de ene vanavond en leg de andere achterin de kast. Dat is de enige proef die echt iets zegt, want hij vergelijkt een bier met zichzelf en niet met een ander etiket.
Hieronder staan vier flessen uit ons assortiment die zich daar goed voor lenen, uit vier verschillende huizen: een oude geuze, een Belgisch zwaar donker bier, een barley wine en een vatgerijpte imperial stout. Van de Boon Geuze Mariage Parfait kunt u er gerust twee tegelijk meenemen; die fles is er juist op gemaakt om te blijven liggen.
Verder lezen
Het volledige schap met 1.054 bieren van 248 brouwerijen staat op onze bierpagina, en u kunt er ook doorheen zoeken op brouwerij, stijl en land. Over het krat waarin al dat bier heen en weer gaat, schreven we eerder statiegeld op een krat bier. En hoe het bier in die fles terechtkomt, leest u in bier brouwen, van mout tot fles in negen stappen.

