Uitleg2 september 20261 min lezen

In ons schap staan 913 bieren. Wie daar zonder houvast voor staat, ziet vooral etiketten. Een handvol stijlnamen maakt het zoeken een stuk overzichtelijker.

De Belgische klooster- en abdijstijlen

Dubbel, tripel en quadrupel zijn geen kwaliteitsniveaus maar aanduidingen van sterkte en kleur. Een dubbel is donker en zit meestal rond de 6 tot 7 procent, met tonen van donkere suiker en gedroogd fruit. Een tripel is licht van kleur en sterker, rond de 8 tot 9 procent, kruidig en droog. Een quadrupel gaat daar nog overheen en is donker en vol.

Trappist is geen stijl maar een herkomstaanduiding: het bier moet binnen de muren van een trappistenabdij zijn gebrouwen, onder toezicht van de gemeenschap.

Saison en witbier

Saison komt uit Wallonie en was oorspronkelijk een licht bier voor seizoenarbeiders. Nu is het meestal droog, kruidig en flink koolzuurhoudend. Witbier wordt gebrouwen met een deel ongemoute tarwe en vaak met koriander en sinaasappelschil, wat het die troebele, frisse toon geeft.

Stout en porter

Beide zijn donker en danken hun kleur aan geroosterde mout. Porter kwam eerst, stout was oorspronkelijk de sterkere variant ervan. Verwacht koffie, cacao en soms een branderige toon. Een imperial stout is de zwaarste vorm en gaat vaak ruim over de 8 procent heen.

IPA

India pale ale is de stijl waarmee de hop op de voorgrond staat. Het spectrum is breed: van hars en grapefruit in de Amerikaanse variant tot troebel en zacht bij de New England IPA. Hop verliest snel aan kracht, dus een IPA drink je bij voorkeur jong.

Zelf verder kijken

Wij zetten elke woensdag een bier in het zonnetje op onze sociale kanalen. Wil je zelf snuffelen, kijk dan bij alle bieren in ons assortiment.