Uitleg2 september 20266 min lezen

Van de 1.764 whisky’s die bij ons in Bathmen op het schap staan, komen er 145 uit Ierland. Na Schotland is dat de grootste groep. Toch is het de hoek waar de meeste misverstanden vandaan komen, en dat begint al bij het woord op het etiket.

Op de ene fles staat whisky, op de andere whiskey. Dat is geen slordigheid van de drukker.

Waarom er in Ierland een e bij staat

Beide woorden komen van hetzelfde Gaelic: uisce beatha, water des levens. In de negentiende eeuw stond de Ierse whiskey uit Dublin bekend als het betere product en de Schotse als de goedkopere concurrent. De grote Dublinse huizen zetten er een e bij om dat verschil zichtbaar te maken. Die extra letter is meegereisd naar de Verenigde Staten, waar veel Ierse stokers naartoe zijn getrokken, en daar staat hij op de meeste flessen nog altijd.

Het is een spellingskwestie en verder niets. Over hoe de whiskey gemaakt is zegt die letter niets. De Ierse huizen houden zich er zelf ook niet allemaal aan. Op flessen van Waterford en Teeling kom je beide vormen tegen. Zoek je bij ons op ierse whisky of op ierse whiskey, dan land je op dezelfde pagina.

Distilleerderij Kilbeggan in County Westmeath in Ierland
Kilbeggan in County Westmeath. Dit huis kreeg zijn vergunning in 1757, viel in 1954 stil en stookte pas in 2007 weer. Foto: Serge Ottaviani (CC BY-SA 4.0), via Wikimedia Commons

Drie keer door de ketel

Het gebruik dat de meeste mensen met Ierland verbinden, is de derde distillatie. In Schotland gaat het destillaat doorgaans twee keer door een koperen ketel, in Ierland traditioneel drie keer.

Elke gang door de ketel doet twee dingen. Het alcoholgehalte van het ruwe destillaat loopt op, en de stoker snijdt opnieuw de kop en de staart weg. Wat er na drie gangen overblijft is smaller van samenstelling: minder van de zware, vette bestanddelen, meer van de lichte. Daar komt vandaan dat Ierse whiskey vaak zachter en soepeler overkomt dan Schotse. Beter of slechter is het niet, het is een andere keuze binnen hetzelfde vak.

Wat er zelden bij verteld wordt: het is geen wet. Nergens staat dat Ierse whiskey drie keer gestookt moet worden. Cooley in County Louth stookt bewust twee keer en maakt daarnaast geturfde malt, iets wat lang als typisch Schots gold. Wie denkt dat Ierse whiskey per definitie licht en rookvrij is, heeft die flessen nog niet in handen gehad.

De Old Bushmills-distilleerderij in County Antrim
Old Bushmills in County Antrim. Het huis beroept zich op een stookvergunning uit 1608 en voert die op het etiket als oudste papieren in de whiskywereld. Foto: Supermac1961 (CC BY 2.0), via Wikimedia Commons

Single pot still, een categorie die alleen Ierland heeft

De echte Ierse eigenaardigheid staat op flessen als single pot still. Dat is geen bedacht verkoopwoord maar een eigen soort whiskey, en hij bestaat nergens anders ter wereld.

Bij een single malt gaat alleen gemoute gerst de ketel in. Bij single pot still gaat er ook ongemoute gerst bij: rauwe, groene gerst die niet heeft mogen kiemen. De reden was fiscaal. De Britse kroon hief in de achttiende eeuw belasting op gemout graan, en Ierse stokers drukten die rekening door een deel van hun gerst ongemout te laten. Wat als bezuiniging begon, gaf het destillaat een eigen karakter: een dikkere, olieachtige structuur en een kruidige, licht peperige inslag.

Inmiddels ligt de categorie vast in regels. Er moet minstens dertig procent gemoute en minstens dertig procent ongemoute gerst in, samen gestookt in een koperen pot still. Namen als Redbreast, Green Spot, Yellow Spot en Powers vallen hieronder. Wil je begrijpen waarin Ierse whiskey zich onderscheidt, dan is dit het startpunt.

Van ruim honderd huizen naar twee

Rond 1880 was Dublin een van de belangrijkste whiskysteden ter wereld. Ierland telde ruim honderd vergunde distilleerderijen en de export ging de hele wereld over. Een eeuw later waren er nog twee over.

Daar kwam van alles bij. De drooglegging sloot de Verenigde Staten af, veruit de grootste afzetmarkt. De handelsoorlog met Groot-Brittannië na de Ierse onafhankelijkheid sloot het Britse rijk af. Twee wereldoorlogen maakten graan schaars. En terwijl Schotse huizen met de kolomketel goedkope blends maakten die de wereld veroverden, weigerden de Ierse huizen daar lang aan mee te doen. Kolomwhisky was in hun ogen geen echte whiskey. Die principiële houding heeft ze bijna de kop gekost.

In 1966 sloten de laatste overgebleven zuidelijke huizen zich noodgedwongen aaneen tot Irish Distillers, en in 1975 brachten zij alles onder in een nieuwe fabriek naast de oude distilleerderij van Midleton in County Cork. In het noorden bleef Bushmills over. Twee adressen, voor een heel land.

De Cooley-distilleerderij in County Louth
De Cooley-distilleerderij in County Louth. Het gebouw was oorspronkelijk een fabriek die alcohol uit aardappelen stookte, geen whiskydistilleerderij. Foto: Eric Jones (CC BY-SA 2.0), via Wikimedia Commons

De heropleving van de laatste twintig jaar

De ommekeer begon in 1987, toen John Teeling die oude fabriek in County Louth ombouwde tot de Cooley-distilleerderij. Voor het eerst in decennia was er weer een onafhankelijke Ierse stoker. Cooley haalde stilgevallen namen als Kilbeggan en Tyrconnell terug en zette met Connemara een geturfde Ierse malt neer.

Daarna ging het snel. In Dublin werd na ruim een eeuw weer gestookt toen de zonen van Teeling hun eigen distilleerderij in de wijk The Liberties openden. In Dingle, in Clonakilty, in County Down bij Hinch en in de Boyne-vallei bij Boann kwamen huizen bij. In County Waterford ging een voormalige brouwerij over op whisky, met een werkwijze waarbij de gerst per boerderij apart wordt gehouden, apart vergist en apart gestookt, zodat je kunt volgen wat de grond doet.

Waar Ierland veertig jaar geleden twee distilleerderijen had, zijn het er nu tientallen. Een flink deel daarvan is nog te jong voor oude whiskey, dus veel van wat er nu in de schappen staat is nog ingekocht destillaat van de grote huizen, gerijpt en gebotteld onder een nieuwe naam. Dat verschuift de komende jaren. Vraag daarom, net als bij Japanse whisky, naar de naam van de distilleerderij en niet alleen naar het merk.

De Tullamore-distilleerderij in Ierland
Tullamore in County Offaly. De letters D.E.W. op het etiket zijn de initialen van Daniel E. Williams, die het huis in de negentiende eeuw groot maakte. Foto: IAIN A MACRAE (CC BY-SA 4.0), via Wikimedia Commons

Waar je kunt beginnen

De 145 Ierse flessen die wij staan hebben, dekken alle richtingen uit dit verhaal. Er zijn zachte, drie keer gestookte blends, er zijn single pot stills met die typische dikte, en er zijn single malts van de nieuwe huizen, geturfd en ongeturfd. Wat bij je past hangt vooral af van wat je nu drinkt. Kom langs in Bathmen of bel 0570 541 278, dan kijken we mee.

Verder kijken

Alle Ierse flessen bij elkaar vind je op onze pagina whisky uit Ierland. Per huis is er een eigen pagina met de achtergrond en het aanbod: Redbreast, Green Spot, Yellow Spot, Powers, Jameson, Midleton Very Rare, Bushmills, Tullamore D.E.W., Kilbeggan, Tyrconnell, Connemara, Teeling, Waterford, Writers’ Tears, The Irishman, Hinch, Dingle, Clonakilty en Boann.

Een overzicht van alle merken die wij voeren staat op whiskymerken, en de hele whiskyafdeling begint op whisky. Wil je zelf door de voorraad lopen, dan kan dat in de zoekmachine van de slijterij.

Wat de termen op het etiket precies betekenen, leggen we uit in single malt, blended en grain. En wil je Ierland naast de andere whiskylanden leggen, lees dan Schotland, Ierland en Japan: drie whiskylanden naast elkaar.