Uitleg2 september 20266 min lezen

In ons schap in Bathmen staan 892 bieren. Vijf daarvan komen uit Italië, en die vijf komen van twee huizen. Dat is weinig, en het zegt precies waar dit verhaal over gaat.

Italië is een wijnland dat pas laat een eigen bierverhaal is gaan schrijven. Sinds halverwege de jaren negentig gaat het hard, en een kant op die je in België of Duitsland niet ziet.

Een wijnland dat laat met bier begon

Bier is in Italië nooit helemaal weg geweest, maar vanzelfsprekend werd het er nooit. De eerste brouwerijen van enige omvang komen pas in de negentiende eeuw: Wührer in 1829 in Brescia, de Spluga in Chiavenna in 1840, en in 1846 Peroni in Vigevano. Aan het eind van die eeuw telde het land ongeveer honderdveertig industriële brouwerijen. Ook hop werd er geteeld: de eerste die dat voor bier deed was Gaetano Pasqui uit Forlì, in 1847.

Het hoogtepunt lag in 1925. Twee jaar later verhoogde een wet de belasting op bier fors, in het voordeel van de wijnbouw, en zakte de productie snel in. Italië is tot op vandaag een van de landen in Europa waar per persoon het minst bier gedronken wordt: rond de 28 liter per jaar in 2010, rond de 35 liter in 2022.

Wat overbleef zijn een paar grote namen, bijna allemaal in buitenlandse handen. Peroni brouwt in Rome, Bari en Padua en hoort sinds 2016 bij het Japanse Asahi. De fabriek van Poretti in Induno Olona is al sinds 1982 van Carlsberg. De grootste Italiaanse brouwer die nog zelfstandig is, is Forst in Algund in Zuid-Tirol, in 1857 opgericht door Johann Wallnöfer en Franz Tappeiner uit Meran. Forst brouwt zo’n 700.000 hectoliter per jaar en heeft sinds 1991 ook Menabrea in Biella in handen.

Het brouwerijgebouw van Forst in Algund in Zuid-Tirol langs de doorgaande weg
De brouwerij van Forst in Algund in Zuid-Tirol. Het bedrijf kwam in 1863 in handen van Josef Fuchs, die de installatie flink uitbreidde. Foto: Benreis (CC BY 3.0), via Wikimedia Commons

1996: het jaar dat alles kantelde

In 1996 veranderde de Italiaanse wet zo dat particulieren legaal zelf bier mochten maken. Daaruit kwam een golf microbrouwerijen voort. Klein heet in Italië alles wat onder de 40.000 hectoliter per jaar blijft.

Het bekendste voorbeeld begon nog eerder. Teo Musso opende in 1986 in Piozzo, provincie Cuneo, een bierlokaal dat hij Le Baladin noemde, naar het oude Franse woord voor een rondtrekkende potsenmaker, en schonk er ingevoerd bier uit heel Europa. Na een tijd in België bouwde hij het lokaal in 1996 om tot brouwerij, met een installatie ontworpen door Jean-Louis Dits van Brasserie à Vapeur.

De eerste bieren waren de Blonde en de Ambrée, kort daarna gevolgd door Isaac en Super. Dat waren in 1997 de eerste twee Italiaanse ambachtelijke bieren die in een fles gingen. Michael Jackson, de Britse schrijver die het bier van de wereld in kaart bracht, nam de Isaac op in zijn Great Beer Guide, en in 2000 stonden Baladin en Birrificio Italiano als eerste Italiaanse merken op het Great British Beer Festival.

Baladin ging in 2006 zelf graan verbouwen in Piozzo en vanaf 2009 ook hop. Inmiddels gaat het om driehonderd hectare zomergerst in Basilicata en Puglia. Wie geen brouwtraditie erft, bouwt er kennelijk zelf een.

Italian pilsner en wat drooghoppen doet

Verreweg het meeste bier dat in Italië gedronken wordt is pils, en de eerste ambachtelijke brouwers wilden daar iets mee. Daar komt voort wat inmiddels een italian pilsner heet: een pils volgens de Duitse en Boheemse regels, ondergistend en koud gelagerd, die er aan het eind nog een portie hop bij krijgt zonder dat die meekookt.

Dat laatste heet drooghoppen. Hop die meekookt geeft bitterheid, maar verliest daarbij zijn vluchtige olie. Hop die pas ná het koken in het koude bier gaat geeft juist geur en vrijwel geen bitterheid. De pils blijft daardoor strak en droog, maar doet in de neus veel meer. Zo gaan Italiaanse brouwers met bestaande stijlen om: niet omgooien, wel verschuiven.

Groene hopbellen aan de rank tussen de bladeren
Hopbellen aan de rank. De gele korrels binnenin, lupuline geheten, dragen de oliën en de harsen waar geur en bitterheid vandaan komen. Foto: H. Zell (CC BY-SA 3.0), via Wikimedia Commons

Kastanje, druivenmost en de kelder van de wijnboer

Omdat er geen brouwtraditie was om je aan te houden, hoefde niemand zich er iets van aan te trekken. Italiaanse microbrouwers werken met spelt, fruit, kastanjes, mirre, gember en zelfs bonen. Dat klinkt als effectbejag, maar het komt meestal uit de streek waar de brouwerij staat. Kastanje is het duidelijkste voorbeeld: in de Apennijnen en de Alpendalen staan hele kastanjebossen, en de vrucht zit zo diep in die keuken dat hij vanzelf ook in de brouwketel belandde.

Zonlicht dat door de stammen van een oud kastanjebos valt
Een oud kastanjebos. Kastanje brengt wel zetmeel mee, maar geen enzymen om dat zelf af te breken, dus mout blijft nodig. Foto: Albarubescens (CC BY-SA 4.0), via Wikimedia Commons

Interessanter nog is wat er gebeurt als een brouwer naast een wijnkelder werkt. De ervaring uit de wijnbouw is er rechtstreeks in het bier terechtgekomen: druivenmost gaat mee de gisting in, soms met de schillen erbij. Dat bier heet italian grape ale, en het is het enige type waarvan iedereen het eens is dat Italië het bedacht heeft.

Druivensuiker kan de gist vrijwel volledig wegwerken, en er komen zuren en tannine mee die uit mout nooit zouden komen. Het resultaat staat tussen bier en wijn in. Dat past bij een land waar bier eerder een tafeldrank is dan een barbestelling: de Baladin Isaac die wij staan hebben zit in een fles van 75 centiliter, precies het formaat van een wijnfles.

Glooiende heuvels in Piemonte met wijngaarden en een enkele boerderij
Heuvels in Piemonte. Baladin verhuisde in 2016 naar een nieuwe brouwzaal in Piozzo die voor bezoekers open is. Foto: Megan Mallen (CC BY 2.0), via Wikimedia Commons

Wat er op een Italiaans etiket staat

Hier moeten we eerlijk zijn, want op Italiaanse etiketten staat één woord dat vrijwel iedereen verkeerd leest: doppio malto. Het klinkt als dubbel gemout, of als een keurmerk, en het is geen van beide. Het is een belastingcategorie.

De Italiaanse wet deelt bier in naar de hoeveelheid opgeloste stof in het wort, uitgedrukt in graden Plato. Boven 14,5 graden heet het doppio malto, boven 12,5 speciale, boven 10,5 gewoon birra, en daaronder birra leggera of analcolica. Die woorden moeten verplicht op het etiket, maar ze zeggen alleen iets over de zwaarte van het beslag en over de accijns. Over stijl of herkomst zeggen ze niets, en buiten Italië kent niemand ze.

Eén woord betekent wel echt iets. Sinds de zomer van 2016 ligt birra artigianale wettelijk vast: het bier komt van een kleine, zelfstandige brouwerij met een eigen installatie, die niet onder licentie werkt en per jaar onder de 200.000 hectoliter blijft, en het mag tijdens de productie niet gepasteuriseerd of microgefiltreerd zijn. Grote merken mogen het woord dus niet voeren, hoe ambachtelijk het etiket er ook uitziet.

Waar je kunt beginnen

Ons Italiaanse hoekje is klein: vijf bieren van twee huizen, naast de 892 die er in totaal staan. De Belgische en de Nederlandse kant is bij ons vele malen breder, en dat is ook wat er gevraagd wordt. Wil je Italië leren kennen, leg dan de industriële en de ambachtelijke kant naast elkaar. Kom langs aan de Brink 2 in Bathmen of bel 0570 541 278, dan zoeken we het samen uit.

Verder kijken

Alle bieren bij elkaar staan op onze bierpagina, en alle brouwerijen die wij voeren op bierbrouwerijen. Van de twee Italiaanse huizen heeft elk een eigen pagina: Baladin en Peroni. Wil je de pilskant ernaast leggen, kijk dan bij pils. Zelf zoeken kan via de zoekfunctie van de slijterij. En zeggen de stijlnamen je nog niet zoveel, lees dan eerst bierstijlen op een rij.