Uitleg4 september 20265 min lezen

In ons alcoholvrije schap staan negen mousserende flessen, plus twee flessen bruisend appelsap voor kinderen. Op geen enkele daarvan mag het woord champagne staan. Op geen enkele mag prosecco staan. En op de flessen van een cavahuis mag het woord cava er evenmin op.

Dat is geen keuze van de producent en ook geen voorzichtigheid van de importeur. Het is een regel, en die regel is scherper dan de meeste mensen denken. Hij verbiedt niet alleen de naam, hij verbiedt de handeling.

Steile wijngaardheuvels tussen Conegliano en Valdobbiadene in Veneto
De heuvels tussen Conegliano en Valdobbiadene zijn zo steil dat de druiven er met de hand geoogst worden. Voor een hectare wijngaard is er tot vijf keer zoveel werk nodig als op vlak land. Foto: Civvì (CC BY-SA 4.0), via Wikimedia Commons

Het zijn plaatsnamen, geen smaken

Champagne is een streek ten oosten van Parijs. Prosecco is een gebied in Veneto en Friuli. Cava is in Spanje een beschermde benaming die aan bepaalde gemeenten gebonden is, met het zwaartepunt in de Penedès. Franciacorta is een streek in Lombardije.

Alle vier zijn ze in Europa een beschermde oorsprongsbenaming, afgekort BOB. Zo’n naam is eigendom van de streek, niet van een stijl. Wie hem gebruikt zonder eraan te voldoen, maakt inbreuk, ook als de wijn er precies zo uitziet en zo smaakt.

Dat gaat verder dan de naam alleen. Ook de methode-aanduidingen zijn op slot: methode champenoise mag buiten de Champagne niet meer op een etiket. Wat er in de plaats voor is gekomen is traditionele methode of, in Spanje, método tradicional.

Wijngaard met xarel-lo in de Penedes bij zonsondergang
Xarel-lo is samen met macabeo en parellada de ruggengraat van cava. De druif rijpt laat en houdt daardoor zuur vast in een klimaat waar dat moeilijk is. Foto: Angela Llop (CC BY 2.0), via Wikimedia Commons

De regel die het beslist: dealcoholiseren mag niet bij een BOB

Sinds 2021 kent het Europese wijnrecht twee nieuwe categorieën. Gedealcoholiseerde wijn is wijn waar de alcohol vrijwel volledig uit is gehaald: het effectieve alcoholgehalte ligt onder de 0,5 volumeprocent. Gedeeltelijk gedealcoholiseerde wijn zit ertussenin: boven de 0,5 procent, maar onder het minimum dat voor de oorspronkelijke wijncategorie geldt.

En daar zit de sleutel. Voor wijnen met een beschermde oorsprongsbenaming of een beschermde geografische aanduiding is volledige dealcoholisatie niet toegestaan. Gedeeltelijke dealcoholisatie kan wel, maar alleen als het productdossier van die benaming het uitdrukkelijk toelaat.

Een alcoholvrije champagne kan dus niet bestaan. Niet omdat niemand hem wil maken, maar omdat een champagne die volledig gedealcoholiseerd wordt op datzelfde moment ophoudt champagne te zijn. Hetzelfde geldt voor prosecco, cava en franciacorta.

Wat er dan wel op het etiket staat

Op een gedealcoholiseerde fles moet naast de naam van de wijncategorie het woord gedealcoholiseerd of gedeeltelijk gedealcoholiseerd staan. Het alcoholpercentage moet erop. En omdat het gehalte onder de tien procent ligt, moet er ook een houdbaarheidsdatum bij: ten minste houdbaar tot.

Dat laatste is het praktische verschil met een gewone fles bubbels. Champagne kun je jaren wegleggen. Een gedealcoholiseerde fles is een levensmiddel met een datum, en die datum staat er niet voor de sier.

Wat er wel op mag: de druivennaam, het land, het jaar, de naam van het huis. Vandaar dat je op deze flessen namen tegenkomt van huizen die je uit de wijnwereld kent. De naam van het huis is van het huis, de naam van de streek is dat niet.

Hoe de bubbels er dan in komen

Bij gewone mousserende wijn komt het koolzuur uit een tweede gisting. Gist eet suiker en maakt alcohol en koolzuur, en dat koolzuur wordt opgesloten: in de fles bij de traditionele methode, in een drukvat bij de tankmethode die voor prosecco wordt gebruikt.

Dat kan bij een alcoholvrij product per definitie niet, want de gisting die de bubbels maakt, maakt ook de alcohol. Er zijn dus twee wegen. De eerste: maak gewoon mousserende wijn en haal daarna de alcohol eruit, waarbij vrijwel al het koolzuur meeverdwijnt en er opnieuw koolzuur bij moet. De tweede: dealcoholiseer een stille wijn en breng er daarna koolzuur in.

Er is nog een reden waarom een gedealcoholiseerd product de categorie niet haalt. Voor de belasting op wijn geldt mousserende wijn pas als mousserende wijn boven de 1,2 volumeprocent. Daaronder is het voor de wet geen wijn meer maar een alcoholvrije drank, met een eigen heffing en eigen regels. De naam op het etiket volgt daar simpelweg uit.

Schuine houten rekken vol flessen in de krijtkelders onder Reims
In een rek als dit wordt elke fles dagen achtereen een slag gedraaid en steiler gezet, tot het gistdepot in de hals ligt. Een geübde remueur haalt er duizenden per dag doorheen. Foto: Cynwolfe (CC BY-SA 4.0), via Wikimedia Commons

In beide gevallen komt het koolzuur er dus achteraf in. Dat is geen schande en het staat ook gewoon op de ingrediëntenlijst, maar het verklaart wel waarom de bubbel anders aanvoelt: grover, sneller weg, minder fijn dan bij een wijn die maanden op zijn eigen gist heeft gelegen.

Wat je op onze eigen lijst ziet

Eerlijk is eerlijk: in onze eigen productlijst staan namen als Vilarnau Cava Brut 0.0% en Freixenet Alcoholvrij. Dat zijn winkelnamen, geen etiketteksten. Ze staan er omdat klanten zo zoeken en omdat het huis er nu eenmaal om bekendstaat.

Op de fles zelf hoort dat anders te staan, en daar kun je het controleren. Zoek naar het woord gedealcoholiseerd of naar een omschrijving als drank op basis van gedealcoholiseerde wijn, en kijk of de streeknaam er los van de merknaam op voorkomt. Doet hij dat niet, dan klopt het etiket.

Rij roestvrijstalen gistingstanks met temperatuurregeling in een moderne wijnkelder
Roestvrij staal met een koelmantel is bij deze wijnen geen luxe. Zowel het gisten als het onttrekken van alcohol vraagt om temperatuur die tot op de graad te sturen is. Foto: Tomas Eriksson (CC BY-SA 3.0), via Wikimedia Commons

Waar je kunt beginnen

Zoek niet naar de kopie maar naar de rol. Bubbels op een feest doen twee dingen: ze zijn koud en ze zijn droog. Dat kan een alcoholvrije fles allebei, mits je hem echt koud schenkt en mits je op de suiker let. Een gedealcoholiseerde bubbel is vaker zoet dan een brut, want de suiker moet het gewicht dragen dat de alcohol niet meer levert.

Schenk hem daarom in hetzelfde glas als de rest en zet de fles in een koeler met ijs en water, niet in ijs alleen. Water geleidt de kou veel sneller dan lucht tussen de blokken.

Hieronder vier alcoholvrije flessen uit ons eigen schap voor datzelfde moment: koud, bruisend en droog genoeg om mee te beginnen.

Verder lezen