Uitleg4 september 20266 min lezen

In het schap in Bathmen staan 482 gins. Zes daarvan heten sloe gin, en juist die zes zijn strikt genomen geen gin. Dat is geen slordigheid van de etiketteerder. Het staat zo in de Europese regels, en er zit een logica achter die je meteen begrijpt zodra je weet waar het spul van gemaakt wordt.

Sloe gin komt van de sleedoorn, een doornige struik die overal in Noordwest-Europa langs akkerranden en spoordijken staat. In Nederland heet hij sleedoorn, in Engeland blackthorn, en de vrucht heet daar sloe. Wat er verder van gemaakt wordt, gaat vooral over geduld.

Rijpe sleedoornbessen met een blauwe waslaag aan de struik
Sleedoornbessen kleuren pas na de eerste nachtvorst goed door. Plukkers wachten daar traditioneel op, omdat de vorst de celwanden openbreekt. Foto: AK-Bino (CC BY-SA 4.0), via Wikimedia Commons

Wat een sleedoornbes is

De sleedoorn (Prunus spinosa) is familie van de pruim. De vruchten zijn blauwzwart, ongeveer zo groot als een knikker, met een grijze waslaag eroverheen en een harde pit in het midden. Ze zien er eetbaar uit en dat zijn ze ook, maar iedereen die er een keer in gebeten heeft doet dat geen tweede keer. Sleedoornbessen zitten vol looistoffen. Je mond trekt er acuut van samen.

Precies daarom belanden ze in de drank en niet in de fruitschaal. De looistoffen en het zuur geven de likeur ruggengraat, en de suiker die erbij gaat maakt het geheel drinkbaar. Zonder suiker is er niets aan.

De struik zelf bloeit vroeg. De witte bloesem verschijnt voordat de bladeren uitlopen, vaak al in maart, en dat maakt een bloeiende sleedoornhaag van een afstand herkenbaar als een witte streep in een verder nog kaal landschap.

Een sleedoornhaag in volle witte bloei langs een veld
De sleedoorn bloeit voor het blad uitloopt. Voor nachtvlinders en rupsen is de struik daardoor een van de eerste waardplanten van het jaar. Foto: TheLivesAroundUs (CC BY-SA 4.0), via Wikimedia Commons

Waarom het wettelijk een likeur is

De Europese verordening over gedistilleerde dranken zet gin in een eigen categorie. Om gin te mogen heten moet een fles minstens 37,5 procent alcohol bevatten. Dat geldt voor gin, voor distilled gin en voor London gin, zonder uitzondering.

Sloe gin haalt dat nergens. Onze zes flessen zitten tussen 26 en 30 procent. Ze vallen daarmee onder de likeuren, en voor likeur ligt de ondergrens op 15 procent met een verplicht minimum aan suiker. Voor sloe gin heeft de wetgever daarbovenop een eigen ondergrens van 25 procent gezet.

Het aardige is dat sloe gin het enige product is dat wettelijk het woord gin op het etiket mag voeren zonder dat er likeur achter hoeft. Elke andere likeur op ginbasis moet zichzelf likeur noemen. Sloe gin is de uitzondering, om de simpele reden dat de naam al zo lang bestond dat hem afpakken alleen maar verwarring had opgeleverd.

Hoe hij gemaakt wordt: weken, niet stoken

Hier zit het echte verschil met gin. Gin wordt gestookt. De jeneverbessen en de andere botanicals gaan de ketel in, en wat eruit komt is helder. Sloe gin wordt niet gestookt. De bessen worden koud in gin gezet en blijven daar weken tot maanden in staan.

Dat heet maceratie. De alcohol trekt kleur, zuur, looistof en aroma uit het vruchtvlees en uit de pit. De vloeistof wordt in die tijd van helder naar diep robijnrood. Daarna gaat de suiker erbij, en volgt er meestal nog een rusttijd voordat er gefilterd en gebotteld wordt.

Wie het thuis doet prikt de bessen eerst door, of legt ze een nacht in de vriezer om hetzelfde effect te krijgen als de nachtvorst buiten. De schil moet open, anders komt er niets uit. Verder is het wachten. Sommige makers laten de bessen er een jaar in staan.

Witte kristalsuiker in een witte schaal
Voor likeur schrijft de Europese verordening minstens 100 gram suiker per liter voor. Bij sloe gin ligt de dosering doorgaans hoger, omdat de looistoffen anders de overhand houden. Foto: Douglas P Perkins (CC BY 3.0), via Wikimedia Commons

Wat er niet op het etiket staat

Bij gin is vrij precies vastgelegd wat er mag. Bij sloe gin veel minder. De verordening schrijft voor dat er sleedoornbessen aan te pas komen en dat het geheel op gin gebaseerd is, maar over de verhouding zegt hij niets.

Dat betekent dat er tussen twee flessen sloe gin grote verschillen kunnen zitten. De ene maker gebruikt een stevige portie bessen in een echte gin en laat die lang staan. De andere werkt met minder fruit, meer suiker en een kortere weektijd. Op het etiket lees je dat verschil zelden af.

Waar je wel iets aan hebt: het alcoholpercentage en de vermelding van de gin waar het op gebaseerd is. Een sloe gin van 26 procent is verder verdund dan een van 30. En een maker die er zijn eigen gin voor gebruikt, zet dat er meestal bij.

Waar de zes vandaan komen

Onze zes sloe gins komen uit vijf landen. Twee uit Engeland, van Hayman’s en van Berkshire Botanical. Een uit Schotland, van Pickering’s in Edinburgh. Een uit Duitsland, van Rammstein. Een uit Frankrijk, van Nusbaumer in de Elzas. En een uit Nederland, van Rutte in Dordrecht.

Dat Engeland er twee levert is geen toeval. Sloe gin hoort daar bij het najaar zoals hier de eerste hollandse nieuwe bij het voorjaar hoort. Hij gaat mee de jachtvelden in, in een heupfles, en wordt zonder verdere opsmuk gedronken.

Wat je ermee doet

Puur en licht gekoeld is de gewoonste manier. Een klein glas, geen ijs, niets erbij.

Aanlengen kan ook. Met bruisend water of met tonic wordt het lichter en komt het zuur meer naar voren. Met mousserende wijn krijg je een drankje dat in Engeland sloe royale heet. En in cocktails vervangt sloe gin geregeld de zoete vermout, omdat hij ongeveer dezelfde rol speelt: kleur, zoet en een bittertje tegelijk.

Wat je er niet mee doet is hem gebruiken alsof het gin is. In een gin-tonic van vijftig milliliter sloe gin proef je vooral suiker, en de botanicals waar het bij gin om draait zijn in dit product ondergeschikt aan het fruit.

Het pand van slijterij t Bockje aan de Brink in Bathmen, de grootste whiskywinkel van Nederland
Aan de Brink in Bathmen staan de sloe gins bij de gin en niet bij de likeuren, omdat klanten ze daar zoeken.

Waar je kunt beginnen

Wil je het verschil met gewone gin proeven, zet dan een sloe gin naast de gin van dezelfde maker. Hayman’s en Rutte maken allebei een droge gin en een sloe gin, en die vergelijking laat in een paar slokken zien wat maceratie met een drank doet.

Verder kijken

Op de ginpagina staan alle 482 flessen bij elkaar, met de Nederlandse makers op een eigen pagina en de Engelse op deze. Omdat sloe gin wettelijk een likeur is, vind je verwante flessen ook bij de likeuren.

Zoek je op eigenschap in plaats van op merk, dan kun je het hele ginassortiment doorzoeken via de zoekmachine van de slijterij. Kom je er niet uit, bel dan even. Aan de telefoon is dit sneller uitgelegd dan op een scherm.