Van de 482 gins die bij ons op het schap staan komen er 101 uit Nederland, verdeeld over 34 merken. Dat is ruim een vijfde van het hele ginassortiment. Voor een land dat vooral bekendstaat om jenever is dat meer dan je zou verwachten.
En het is ook geen toeval. De distilleerderijen die hier nu gin maken hebben in bijna alle gevallen al een geschiedenis met gedistilleerd. Ze hadden de ketels, de vergunningen en de kennis al staan toen gin een paar jaar geleden weer in de mode raakte. Ze hoefden alleen het recept om te gooien.

Schiedam, de stad waar het gebouw nog staat
Als er een adres is waar de Nederlandse gin vandaan komt, is het Schiedam. De stad heeft eeuwenlang van het branden geleefd, en in het straatbeeld is dat nog te zien: pakhuizen aan het water, molens die hoog genoeg zijn om boven de pakhuizen uit te komen, en gevels met de naam van de branderij er nog in.
Drie van onze Nederlandse ginmerken komen daar vandaan. Bobby’s zet Schiedam zelfs in de productnaam. Nolet’s is de stokerij achter de Noletmolen, met ruim veertig meter een van de hoogste molens ter wereld. En Loopuyt draagt een naam die in de Schiedamse geschiedenis thuishoort.
Wie het verhaal in het echt wil zien: aan de Lange Haven zit het Jenevermuseum, in een oud branderijpand, met de ketels en de mouterij er nog in.

De grote namen buiten Schiedam
Zuidam stookt in Baarle-Nassau en maakt van ons hele assortiment de meeste soorten gin onder een dak. Bij ons staan er drie verschillende: een droge, een op vat gerijpte en de enige Old Tom die wij voeren.
Rutte zit in Dordrecht en maakt naast de droge gin ook een sloe gin en twee gins met fruit en bloem erin. Van Wees komt uit Amsterdam. Damrak draagt een Amsterdams adres in de naam.
Daarnaast staan er namen op het schap die je niet uit de reclame kent: Sylvius, Catz, Nobels, Boomsma, De Borgen, Gospel, Hermit, Vossenberg, Voortrekker, Juniper Bird, Gastro, Black Tomato, Sir Edmond, So That Be. Stuk voor stuk Nederlandse makers, stuk voor stuk in kleine oplage.
Ook in Deventer wordt gestookt
Dichter bij huis kan bijna niet. Wagging Finger maakt gin in Deventer, een kwartier rijden van Bathmen. Wij hebben er vijf flessen van staan, waaronder twee die op eikenhouten vaten hebben gelegen.
Iets verder oostwaarts zit Kalkwijck in Twente, dat onder de naam Whisper Man’s zowel een gewone als een gerijpte gin maakt. En IJsvogel, De Bronckhorst en Berghorst komen ook uit deze hoek van het land.
Dat is geen streekverhaal dat wij erbij verzinnen. Het staat op de flessen.

Waarom er zoveel makers bij kwamen
Dat er in een land van deze omvang 34 ginmerken op een schap passen, heeft een praktische verklaring. Een stokerij die al jenever, likeur of vieux maakte had de ketel, de accijnsvergunning en de kennis al in huis. Gin is voor zo’n bedrijf geen nieuwe fabriek maar een nieuw recept.
Daar komt bij dat gin geen rijping nodig heeft. Whisky moet drie jaar op vat voordat er iets verkocht mag worden, en dat is voor een kleine maker een lange tijd zonder omzet. Een gin kan binnen een week na het stoken de deur uit. Voor wie klein begint is dat het verschil tussen wel en niet kunnen starten.
Het gevolg zie je in ons assortiment terug. Naast een handvol namen die iedereen kent staat een lange staart van makers die een paar duizend flessen per jaar in de markt zetten. Van sommige merken voeren wij een enkele fles, van andere vijf of zes.
Wat je aan een Nederlandse gin merkt
Hier moeten we voorzichtig zijn, want er is geen wettelijke categorie Nederlandse gin en er is dus ook geen voorgeschreven smaakprofiel. Wat we wel over de techniek kunnen zeggen:
Een deel van de Nederlandse makers komt uit de jeneverhoek en werkt met moutwijn in het recept, of met een basis die niet volledig neutraal is. Dat is een andere vertrekpositie dan een Engelse maker die begint met neutrale graanalcohol van 96 procent. Het levert een vollere, graniger basis op waar de botanicals bovenop komen in plaats van de hele smaak te dragen.
Opvallend veel Nederlandse gins gaan bovendien op vat. Van de acht gins in ons hele assortiment waar aged, barrel of cask op staat, komt de helft uit Nederland. Ook dat is een gewoonte die uit de jeneverwereld komt, waar korenwijn en oude jenever al eeuwen op eikenhout liggen.
Wat wij niet gaan doen is voor u opschrijven hoe een fles smaakt die u nog niet geproefd heeft. Dat is precies waar de toonbank voor is.
Gin of jenever
De grens tussen die twee is voor veel klanten onduidelijk, en dat is begrijpelijk. Twee flessen van dezelfde Nederlandse stoker kunnen naast elkaar staan met bijna hetzelfde etiket. Het verschil zit in de wettelijke categorie, in de basisalcohol en in het minimale alcoholpercentage. Daar hebben wij een apart artikel over geschreven.
De jeneverpagina laat zien wat er verder nog aan Nederlandse stokerskunst op het schap staat.

Waar je kunt beginnen
Vier flessen die samen laten zien hoe breed het is: een uit Schiedam, een uit Baarle-Nassau, een uit Dordrecht en een uit Deventer. Vier huizen, vier manieren van werken, en alle vier Nederlands gestookt.
Verder kijken
Alle Nederlandse makers staan bij elkaar op de pagina met Nederlandse gin. Wil je ze afzetten tegen de rest, dan geeft de ginpagina het volledige beeld van alle 482 flessen, met aparte overzichten voor Engelse en Schotse gin.
Zoek je op alcoholpercentage of inhoud, dan komt de zoekmachine van de slijterij verder dan een merklijst. En anders: bel even. Wij weten welke fles waar vandaan komt.

