Van de 482 gins in Bathmen staat op 24 flessen letterlijk London Dry. Ze komen uit Engeland, uit Italie, uit Estland en uit Nederland. Dat klinkt als een fout, maar het is precies goed. London Dry gin is namelijk geen herkomst. Het is een productiemethode, en waar de ketel staat doet er wettelijk niet toe.
Dat is een van de weinige aanduidingen op een drankfles die echt iets garandeert. Champagne zegt iets over een plek. Single malt zegt iets over graan en distilleerderij. London Dry zegt iets over wat de maker wel en vooral niet in de fles heeft mogen doen.

Drie soorten gin in de wet
De Europese verordening kent drie oplopende categorieen. Ze staan alle drie op etiketten, en het verschil is groter dan het lijkt.
Gin is de ruimste. Neutrale alcohol van landbouwoorsprong, op smaak gebracht met jeneverbes en toegestane aroma’s. Er hoeft niet opnieuw gestookt te worden. Een maker mag aroma’s toevoegen aan kant en klare alcohol en het resultaat gin noemen. Minimaal 37,5 procent alcohol.
Distilled gin gaat een stap verder. Hier moet de smaak uit een herdestillatie komen: de alcohol gaat samen met jeneverbessen en andere plantendelen opnieuw de ketel in. Na dat stoken mogen er nog aroma’s bij. Ook minimaal 37,5 procent.
London gin is de strengste. En omdat vrijwel iedereen die aanduiding als London Dry gin op de fles zet, is dat de term die je in de winkel tegenkomt.
Wat London Dry precies verplicht
De regels zijn kort en meedogenloos.
De smaak moet uitsluitend uit herdestillatie komen, in traditionele ketels, met natuurlijke plantendelen. Geen aroma achteraf, in geen enkele vorm.
Het distillaat dat uit die ketel komt moet minstens 70 procent alcohol zijn. Dat is een hoge drempel en hij is er niet voor niets: hoe lager je stookt, hoe meer je kunt verhullen.
Er mag geen kleurstof bij. Een London Dry is dus altijd waterhelder.
En er mag maximaal 0,1 gram suiker per liter in. Dat is een tiende gram. Ter vergelijking: een likeur moet er minstens honderd gram per liter in hebben. Het gat is een factor duizend. In de praktijk betekent die regel dat er geen suiker in zit.
Na het stoken mag er alleen nog water bij, om op sterkte te brengen. Verder niets. Gebotteld op minimaal 37,5 procent.

Waarom er geen Londen in London Dry zit
De verordening noemt geen plaats. Er staat nergens dat de ketel in Londen moet staan, in Engeland, of zelfs maar in Europa. London Dry is uitdrukkelijk geen geografische aanduiding.
Dat zie je terug in ons eigen schap. De negen flessen van J.Rose die London Dry heten worden in Italie gemaakt. Crafters komt uit Estland. De Bronckhorst wordt in Nederland gestookt. Ze mogen die aanduiding voeren omdat ze zich aan de methode houden, en om geen andere reden.
Omgekeerd geldt hetzelfde. Een gin die in Londen gemaakt wordt maar waar na het stoken suiker of aroma bij gaat, mag zichzelf geen London Dry noemen. De plek helpt niet.
Wat de regel wel en niet over smaak zegt
Hier moeten we eerlijk zijn, want de aanduiding wordt vaak overschat.
London Dry garandeert dat er niets is bijgeschonken na het stoken. Dat is een reele garantie en hij zegt iets over vakmanschap: alles wat je proeft moet uit die ene destillatie komen, dus de maker heeft maar een kans.
Maar de aanduiding zegt niets over welke botanicals erin gaan, hoeveel, of hoe lang ze weken voordat de ketel aangaat. Twee London Dry gins kunnen totaal verschillend zijn. De een leunt zwaar op jeneverbes en koriander, de ander stopt er tien of twintig andere planten bij. Beide voldoen.
De aanduiding zegt ook niets over de kwaliteit van de basisalcohol, behalve dan een bovengrens voor methanol. En hij zegt niets over de prijs waarvoor het gemaakt is.
Wat je er wel aan hebt: als er London Dry op staat, weet je dat de fles droog is. Geen suiker, geen kleur. Dat is precies waarom hij het klassieke recept voor een gin-tonic en een dry martini is.

Waarom die regels er zijn
De strengheid van London Dry is geen liefhebberij. Hij komt voort uit een tijd waarin gin bij bakken tegelijk werd samengesteld uit alcohol van wisselende herkomst, met suiker en aroma erin om te verhullen wat er mis mee was. Wie destijds netjes werkte, had er belang bij dat op de fles te kunnen zetten.
Daar komen ook de twee getallen vandaan die het meest technisch klinken. De ondergrens van 70 procent voor het distillaat sluit het bijmengen van slappere, minder schone fracties uit. En de bovengrens voor methanol, vijf gram per hectoliter zuivere alcohol, zegt iets over de kwaliteit van de basisalcohol waarmee begonnen wordt. Beide grenzen bewaken hetzelfde: dat wat je proeft echt uit de ketel komt en niet uit een fles smaakstof.
Dat is meteen de reden dat de aanduiding nog steeds waarde heeft. Een maker die zich eraan houdt, heeft zichzelf een aantal uitwegen ontzegd.
Wat er nog meer op zo’n etiket kan staan
Naast London Dry kom je aanduidingen tegen die helemaal niet wettelijk vastliggen. Navy Strength bijvoorbeeld: dat betekent in de praktijk ergens rond 57 procent, maar geen enkele verordening schrijft dat voor. Wij hebben er vier in huis. Old Tom is evenmin beschermd. Pink gin al helemaal niet.
Bij die termen moet je dus naar de fles kijken en niet naar het woord. Bij London Dry hoeft dat niet. Daar staat de wet achter.

Waar je kunt beginnen
Wil je horen wat de methode oplevert, zet dan twee London Dry gins naast elkaar die verschillend van opzet zijn. Tanqueray werkt met een kort lijstje botanicals. No.3 houdt het ook krap. Beefeater laat zijn plantendelen eerst een etmaal weken. Oxley stookt bij lage temperatuur onder vacuum. Vier keer dezelfde wettelijke categorie, vier verschillende routes ernaartoe.
Verder kijken
Alle 482 flessen staan bij elkaar op de ginpagina. De Engelse makers hebben een eigen overzicht, en dat geldt ook voor de Nederlandse en de Schotse. Merken met een eigen pagina zijn onder meer Gordon’s en Hayman’s.
Zoek je op alcoholpercentage, land of inhoud in plaats van op merk, gebruik dan de zoekmachine van de slijterij. En kom je er niet uit, bel dan gerust. Wij hebben de flessen in handen gehad.

