In het vak vruchtendrank in Bathmen staan achttien flessen, van negen huizen. Zeventien komen uit Nederland en één uit België. Het is de hoek waar de meeste klanten precies weten welke fles ze zoeken, en tegelijk de hoek waar de etiketten het minst zeggen wat je denkt dat ze zeggen.
Op vier van die flessen staat het woord jenever. Slechts één daarvan haalt de ondergrens die de wet voor jeneverachtige dranken hanteert. Dat is geen truc van de makers, maar een oude handelsnaam die de wet ongemoeid laat.
Waarom dit vak vruchtendrank heet en niet jenever
De naam van het vak volgt de indeling van de handel, en die volgt op haar beurt de wet. In dat ene vak staan drie soorten producten door elkaar.
Boven de vijftien volumeprocent, met minstens honderd gram suiker per liter: dat is likeur, en zo mag het ook op de fles. Onder de vijftien procent mag het woord likeur er niet meer op; in de handel heet zo’n fles dan meestal likorette. En daarnaast kan er een oude soortnaam op staan, zoals bessenjenever of citroenbrandewijn, die over de wettelijke categorie niets zegt.
Van onze achttien flessen zitten er zestien op vijftien procent of hoger. Twee blijven eronder: één op 14,5 procent en één op 12.
Bessenjenever: welke bes, en hoe hij gemaakt wordt
De bes in bessenjenever is de zwarte bes, Ribes nigrum. Niet de jeneverbes en niet de rode aalbes.
De maakwijze is eenvoudiger dan de naam doet vermoeden, want er wordt geen bessenjenever gestookt. Er wordt jenever of neutrale alcohol genomen, daar gaat het sap of het aftreksel van zwarte bessen in, en er gaat suiker bij. Het eindresultaat komt op twintig procent uit.
Dat getal is opvallend constant. Twaalf van onze achttien flessen staan op precies twintig volumeprocent, en dat is over de huizen heen: Boomsma, Coebergh, Floryn, Hartevelt, Henkes en Hooghoudt zitten er allemaal op.

Twintig procent is niet genoeg om jenever te mogen heten. De Europese drankenwet houdt voor de categorie waar jenever onder valt een ondergrens van dertig volumeprocent aan, en voor jonge en oude jenever ligt die zelfs op vijfendertig. Een bessenjenever van twintig procent zit daar tien tot vijftien procentpunten onder.
Het woord jenever staat er dus als soortnaam, niet als wettelijke benaming. Precies zoals boerenjongens geen jongens zijn en citroenbrandewijn geen brandy is.

Citroenbrandewijn is geen brandy
Vijf van onze flessen heten citroenbrandewijn, van vier huizen: De Kuyper, Floryn, Hartevelt en Hooghoudt. Het woord brandewijn is hier een Nederlandse soortnaam en niet de Europese categorie brandy.
Brandy is in de verordening een gedistilleerde drank op wijndistillaat, met een ondergrens van zesendertig volumeprocent. Onze citroenbrandewijnen staan op twintig tot vijfentwintig procent en zijn niet uit wijn gestookt. Ze vallen dus onder likeur, met citroen als smaakmaker.
Het woord brandewijn zelf is veel ouder dan de Europese wet. Het komt van gebrande wijn, letterlijk gestookte wijn, en het is in Nederland blijven hangen als naam voor de graanbrandewijn waar boerenjongens en boerenmeisjes op ingemaakt worden. Van die inmaakbrandewijn hebben wij er ook nog een staan, maar dan in een ander vak.

De ene fles die de dertig wel haalt
Er staat in het vak precies één fles die het woord jenever met recht kan dragen: de citroenjenever van Hartevelt, op dertig volumeprocent. Dat is op de komma de ondergrens voor jeneverachtige dranken.
Het verschil met de citroenbrandewijn van hetzelfde huis zit dus in tien procentpunten alcohol. Dat is geen detail. Alcohol is een oplosmiddel, en hoe meer ervan in de fles zit, hoe meer geurstoffen uit schil en kruid erin opgelost blijven. Een fles van dertig procent kan op dat punt meer dragen dan een fles van twintig, ook als er evenveel citroen in is gegaan.
Waar deze familie vandaan komt
Op één na zijn alle huizen in dit vak Nederlandse branderijen, en het zijn dezelfde huizen die ook de gewone jenever maken. De vruchtenjenever is geen aparte tak van sport geweest, maar een uitloper van het bestaande werk.
De Kuyper zit in Schiedam, de stad die de Nederlandse branderijen hun vorm heeft gegeven. Hooghoudt begon in 1888 in Groningen, waar bakker Hero Jan Hooghoudt de distilleerderij opzette. Boomsma stookt sinds 1883 in Leeuwarden en is nog altijd een Fries familiebedrijf.
De uitzondering is Wortegemsen uit België, de enige fles in het vak die niet uit Nederland komt. Hij staat op 24,2 procent en is daarmee de enige met een percentage achter de komma.

Waar je kunt beginnen
Wil je horen wat de bes doet, zet dan twee bessenjenevers van verschillende huizen naast elkaar. Ze staan allebei op twintig procent, dus het enige dat verandert is het recept.
Wil je horen wat de alcohol doet, zet dan een citroenbrandewijn van twintig procent naast de citroenjenever van dertig. Dan is de vrucht gelijk en verandert alleen de drager.
Weet je niet waar je moet beginnen, kom dan langs in Bathmen of bel 0570 541 278. Wij lezen per fles na wat de maker over de samenstelling zegt.
Verder kijken
Alle achttien flessen staan bij elkaar op onze pagina vruchtendrank, met per huis een eigen pagina: Hooghoudt, Boomsma, Coebergh, De Kuyper, Hartevelt, Henkes, Floryn, Pikeurtje en Wortegemsen. Zelf zoeken kan met de zoekmachine over ons assortiment.
De hoek waar deze flessen vandaan komen staat onder jenever, en de suikerrijke buren staan onder likeur. Wat het woord jong op een jeneverfles betekent, leggen we uit in Jonge jenever: wat jong op het etiket betekent. En waar de grens tussen likeur en likorette ligt, staat in Likeur of likorette.

