Uitleg4 september 20265 min lezen

Van de honderdachtentachtig jenevers in Bathmen zijn er eenentwintig corenwijn, verdeeld over acht huizen. Het is de kleinste van de drie hoofdstijlen en tegelijk de stijl waar de meeste moutwijn in zit. Wie jenever wil proeven zoals hij vóór de kolomketel was, moet in deze hoek van de kast zijn.

De naam wordt op drie manieren geschreven en dat verwart mensen. Bij ons staan korenwijn, corenwijn en koornwyn naast elkaar op de plank. Het is dezelfde drank en dezelfde regel.

Eenenvijftig procent, en daar begint het pas

Corenwijn is de enige jeneverstijl waarbij moutwijn de hoofdmoot is in plaats van de bijsmaak. De eisen zijn scherper dan bij jonge of oude jenever.

  • Minimaal eenenvijftig procent moutwijn.
  • De alcohol die er eventueel bij gaat, moet voor honderd procent uit granen komen.
  • Maximaal twintig gram suiker per liter.
  • Minimaal achtendertig procent alcohol.
  • Kleurloos, lichtgeel of lichtbruin, eventueel bijgekleurd met karamel.
  • Uitsluitend natuurlijke smaakstoffen.

Die tweede eis is het verschil dat je niet ziet maar wel proeft. Bij jonge en oude jenever mag de neutrale alcohol uit melasse of aardappel komen. Bij corenwijn niet. Alles wat erin gaat is graan, en dat is meestal gerst, rogge en maïs.

De derde eis waar mensen overheen lezen is het alcoholpercentage. Achtendertig procent is drie procentpunten hoger dan het minimum voor jonge en oude jenever. Van onze eenentwintig corenwijnen staat er dan ook geen enkele lager dan dat; de hoogste zit op tweeënveertig procent.

Een veld met rogge, het graan dat in jenever wordt vermalen
Een veld rogge. Rogge geeft de peperige, broodachtige kant van moutwijn en is het graan waar de Nederlandse en Belgische stokers het langst aan vast zijn blijven houden. Foto: M J Richardson (CC BY-SA 2.0), via Wikimedia Commons

Wat de naam níét garandeert

Hier moeten we eerlijk zijn, want eenenvijftig procent is een ondergrens en geen belofte. Een corenwijn kan voor negenenveertig procent uit graanalcohol uit een kolomketel bestaan en toch volkomen terecht corenwijn heten.

Er zijn ook flessen die voor honderd procent uit moutwijn bestaan. Die heten dan meestal geen corenwijn maar moutwijn, of ze zetten het percentage groot op het etiket. Zie je zoiets staan, dan is dat geen marketing maar informatie: het gaat om het deel boven de vijftig procent, en dat deel mag een huis vrij invullen.

En dan de spelling. Corenwyn met een C is geen aparte kwaliteitsklasse maar een merknaam van Lucas Bols in Amsterdam. Die gaat in aardewerken kruiken van een halve of een hele liter, elk met een eigen nummer, zodat te herleiden is uit welk fust de inhoud komt. Andere huizen schrijven korenwijn met een K omdat ze die merknaam niet mogen gebruiken.

De streek: Schiedam en Oost-Vlaanderen

Corenwijn heeft geen eigen streekbescherming zoals wijn die kent, maar de naam jenever heeft dat wel. Jenever mag alleen worden gemaakt in Nederland, België en kleine delen van Noord-Frankrijk en Noordwest-Duitsland. Daarbuiten mag het woord niet op een fles.

Binnen dat gebied is Schiedam de plek waar dit soort jenever vandaan komt. In 1795 telde de stad honderdachtentachtig branderijen. In 1881 waren het er driehonderdtweeënnegentig. Toen de kolomdistillatie doorbrak, ging het hard bergafwaarts: in 1920 waren er nog veertien over en in 2004 nog vier. De stad kreeg in de negentiende eeuw de bijnaam Zwart Nazareth, naar de roet en de armoede die bij de branderijen hoorden.

Wat er nog staat, zijn de molens. Die zijn in Schiedam ongewoon hoog gebouwd, omdat ze boven de pakhuizen uit moesten steken om nog wind te vangen. Ze maalden het graan voor de branderijen.

De lange kiemvloer van een mouterij met rijen gietijzeren kolommen
De kiemvloer van een mouterij. Het graan wordt hier dagenlang met de hand of met een keerploeg omgezet, zodat het gelijkmatig kiemt en niet gaat schimmelen. Foto: David Hawgood (CC BY-SA 2.0), via Wikimedia Commons

De Belgische kant van het verhaal

In België ligt de nadruk anders. Daar stonden de stokerijen van oudsher op het platteland, vaak als onderdeel van een boerderij: het graan kwam van het land, de spoeling ging naar de varkens en de mest ging terug het veld op. In 1883 telde de provincie Oost-Vlaanderen twintig industriële stokerijen en honderddrieëndertig landbouwstokerijen, meer dan de helft van alle Belgische stokerijen bij elkaar.

Van die traditie is Filliers in Deinze de bekendste overlevende. Het huis stookt zelf moutwijn en levert die ook aan anderen. Wij hebben negen Belgische jenevers staan en die komen alle negen van Filliers.

De gebouwen van stokerij Filliers in Deinze in Oost-Vlaanderen
De gebouwen van Filliers in Deinze. Belgische stokerijen zijn vaak uit een boerenbedrijf gegroeid, waar het graan van eigen land kwam en de spoeling naar de varkens ging. Foto: Spotter2 (CC BY-SA 3.0), via Wikimedia Commons

In Hasselt staat sinds 1987 het Nationaal Jenevermuseum, in een echte oude stokerij. Het is de enige plek in de Lage Landen waar de mouterij bewaard is gebleven, en daarmee de enige plek waar je de hele keten van graan tot glas onder één dak kunt zien.

Een zaal in het Nationaal Jenevermuseum in Hasselt
Het Nationaal Jenevermuseum in Hasselt. De stad telde eind achttiende eeuw minstens eenentwintig stokers, en de jeneverindustrie was er tot 1870 de belangrijkste nijverheid. Foto: FrDr (CC BY-SA 4.0), via Wikimedia Commons

Waar je kunt beginnen

Corenwijn drink je op kamertemperatuur, uit een klein glas, en niet uit de vriezer. Hij is voller en graniger dan oude jenever en heeft meer met een graanwhisky gemeen dan met wodka. Veel corenwijnen liggen daarnaast een tijd op eikenhout, van een jaar tot tien jaar, en dan komt er een laag bij die je uit de whiskyhoek zult herkennen.

Onze eenentwintig flessen komen van acht huizen: Bols, Boompjes, Brouwhoeve, Hooghoudt, Kalkwijck, Rutte, Wenneker en Zuidam. Weet je niet waar te beginnen, kom dan langs of bel 0570 541 278.

Verder kijken

Alle jenevers staan bij elkaar op onze pagina jenever, en je kunt er doorheen zoeken in de zoekmachine van de slijterij. De acht huizen met corenwijn bij ons: Bols, Boompjes, Brouwhoeve, Hooghoudt, Kalkwijck, Rutte, Wenneker en Zuidam.

De twee andere stijlen staan uitgelegd in Jonge jenever: wat jong op het etiket betekent en Oude jenever en moutwijn. Wie hier verder nog stookt met dezelfde jeneverbes, lees je in Nederlandse gin: welke distillateurs hier stoken.

De drie stijlen in een tabel naast elkaar staan in Jonge jenever, oude jenever en corenwijn naast elkaar. Het hele bouwplan van graan tot glas staat in Hoe jenever gestookt wordt.