Van de tweehonderdvijfendertig wodka’s die bij ons in Bathmen staan, hebben er honderddrie een alcoholgehalte van precies 40 procent en drieenveertig van 37,5 procent. Bij elkaar is dat bijna twee derde van de kast. Voor die flessen geldt: in een gewone vriezer bevriezen ze niet.
Toch is de vriezer niet vanzelfsprekend de beste plek. Wat kou met een fles doet is namelijk goed te verklaren, en het werkt twee kanten op. Hieronder zetten we op een rij wat er gebeurt, wanneer het helpt en wanneer je er iets mee weggooit.

Waarom hij niet bevriest
Zuiver water bevriest bij nul graden, zuivere alcohol pas ver onder de honderd graden vorst. Een mengsel van de twee zit daartussen, en hoe meer alcohol erin zit, hoe lager het vriespunt.
Bij veertig procent alcohol ligt dat punt ergens rond de zevenentwintig graden onder nul. Een huishoudvriezer staat standaard op achttien graden onder nul. Er zitten dus negen graden speling tussen, en daarom komt de fles er stroperig maar vloeibaar uit.
Die stroperigheid is echt en meetbaar. Vloeistof wordt dikker naarmate hij kouder wordt, en bij min achttien schenkt wodka merkbaar trager dan bij kamertemperatuur. Dat is precies het effect waar de vriezer om geroemd wordt: die zware, olieachtige val in het glas.
Wat de kou met geur doet
Geur ontstaat doordat vluchtige stoffen uit de vloeistof verdampen en je neus bereiken. Verdampen kost energie, en kou is het ontbreken van energie. Een koude vloeistof geeft dus veel minder af dan een warme.
Bij min achttien graden komt er nauwelijks meer iets uit het glas. Ook je tong wordt trager: bij lage temperatuur reageren de smaakpapillen minder scherp op zoet en op bitter. Het gevolg is dat je vrijwel alleen nog textuur waarneemt en de brandende werking van de alcohol.
Daar zit de kern van het hele verhaal in. De vriezer haalt niet alleen de scherpte weg, hij haalt ook alles wat eronder ligt weg. Bij een wodka die weinig te vertellen heeft is dat winst. Bij een wodka waar de stoker moeite in heeft gestoken gooi je precies dat weg waar je voor betaald hebt.

De Poolse en Russische gewoonte
IJskoud schenken is geen verzinsel van een reclamebureau. In Polen en Rusland is het de gewone manier: een klein rechtstandig glaasje, tot de rand gevuld, in een teug leeg, en er wordt bij gegeten. Zout, zuur, vet en brood. De drank hoort daar bij het eten en niet ernaast.
In die context is kou logisch. Je drinkt niet om te ruiken, je drinkt om te drinken, en de kou maakt een grote slok sterke drank draaglijk. Wie een wodka op die manier gebruikt, doet er goed aan hem koud te zetten.
De westerse gewoonte om wodka te beoordelen zoals je een whisky beoordeelt, met een tulpglas en een neus erin, is van veel latere datum. Die twee manieren van drinken vragen om verschillende temperaturen. Er is niet een goede.
Wat je beter niet in de vriezer legt
Hier wordt het praktisch. Van onze tweehonderdvijfendertig flessen zitten er tweeenzestig onder de dertig procent alcohol. Dat zijn de gearomatiseerde wodka’s, de mixdranken en de zoete varianten, en die vallen buiten het verhaal hierboven.
Bij twintig procent alcohol ligt het vriespunt niet bij min zevenentwintig maar rond de min acht graden. Zo’n fles wordt in een vriezer op min achttien wel degelijk een blok, en het uitzetten van bevriezende vloeistof kan glas laten springen. Kijk dus voor je hem wegzet even naar het percentage op het etiket.
Ook bij zoete flessen speelt iets anders: suiker kan bij lage temperatuur uitkristalliseren en de drank troebel maken. Dat is niet gevaarlijk en het trekt meestal weer bij, maar mooi is het niet.

Bewaren als je hem niet koud zet
Voor de gemiddelde huishouding is de kast een prima plek, mits die drie dingen levert: donker, koel en rechtop. Rechtop is de belangrijkste. Sterke drank van veertig procent vreet aan kurk en aan de binnenlaag van een schroefdop, en een fles die op zijn kant ligt houdt die sluiting permanent nat.
Licht is de tweede. Direct zonlicht op een fles doet twee dingen tegelijk: het warmt de inhoud op en het breekt kleurstoffen en aromastoffen af. Een vensterbank is daarmee de slechtste plek in huis, hoe mooi de fles er ook staat.
Een ongeopende fles wodka gaat op die manier jaren mee zonder merkbaar te veranderen. Na openen gaat het langzaam achteruit doordat er lucht in de fles komt, maar bij veertig procent duurt dat lang. Bij de zoetere en zwakkere flessen gaat het sneller; daarover schreven we in hoe lang een geopende fles likeur goed blijft.
Waar je kunt beginnen
Een werkbare middenweg: zet de fles in de koelkast in plaats van de vriezer. Rond de zes graden is hij koud genoeg om fris te schenken en warm genoeg om nog iets af te geven. Ga je mixen, dan maakt de temperatuur van de fles nauwelijks uit, want het ijs in het glas neemt dat over.
Wil je weten welke fles uit onze kast tegen een neus in het glas kan en welke beter tot zijn recht komt in een longdrink, kom dan langs of bel 0570 541 278.

Verder kijken
Het hele aanbod staat op onze pagina wodka. Per merk is er een eigen pagina, bijvoorbeeld Belvedere, Finlandia, Absolut en Tito’s. Filteren op alcoholpercentage of land kan in de zoekmachine van de slijterij.
Waarom de ene wodka meer te vertellen heeft dan de andere lees je in aardappelwodka en graanwodka en in vijfvoudig gedistilleerd en driemaal gefilterd. Hoe wodka zich verhoudt tot de buren in de kast staat in wodka, gin en jenever.

