Uitleg2 september 20266 min lezen

In onze wijndatabase staan 1.015 wijnen. Honderdvierennegentig daarvan komen uit Italië, en daarbinnen is Piemonte een kleine hoek: een handvol flessen uit de heuvels rond het stadje Alba. Over precies die flessen krijgen we aan de toonbank de meeste vragen.

Het gaat dan bijna altijd over Barolo. Waarom moet die zo lang liggen, waarom smaakt hij zo streng als je hem te vroeg openmaakt, en wat is nu het verschil met Barbaresco. Het antwoord begint bij één druivenras en bij een stuk heuvelland dat je in een uur doorrijdt.

Nebbiolo, en verder niets

Barolo wordt gemaakt van één druif. Niet grotendeels, niet als hoofdbestanddeel, maar volledig. Het wettelijke voorschrift laat geen ruimte voor een tweede ras. Dezelfde regel geldt voor Barbaresco. Wie in de Langhe wil bijmengen, moet zijn wijn onder een andere naam verkopen.

Die druif is nebbiolo, en hij is lastig. Hij loopt vroeg uit, waardoor late nachtvorst in het voorjaar hem kan raken, en hij rijpt heel laat af. In de Langhe wordt hij doorgaans pas in de tweede helft van oktober geplukt, weken nadat de barbera en de dolcetto al binnen zijn. Daartussen ligt een najaar met kans op regen. Het ras vraagt dus aan beide kanten van het seizoen om geluk.

De schil is dun en bevat weinig kleurstof, maar veel tannine. Dat verklaart iets wat veel mensen verrast: een Barolo is vaak lichter van kleur dan je op grond van de smaak zou verwachten. Hij oogt bijna doorschijnend granaatrood en voelt tegelijk stevig en droog aan in de mond. Kleur en structuur lopen bij dit ras niet gelijk op.

Over de naam zijn de meningen verdeeld. De bekendste verklaring koppelt nebbiolo aan nebbia, het Italiaanse woord voor mist, die in oktober tussen de heuvels blijft hangen. Anderen wijzen op nobile, of op de witte waslaag op de bessen die er van een afstand uitziet als mist. Sluitend bewijs voor een van de drie is er niet. Dat vertellen we er maar eerlijk bij.

Rijen nebbiolostokken met herfstblad die in de ochtendmist verdwijnen
Nebbiolo staat ook buiten Piemonte, maar nauwelijks. In Valtellina in Lombardije heet de druif chiavennasca, in de Valle d'Aosta picotendro. Foto: Blue moon in her eyes (CC BY 2.0), via Wikimedia Commons

De Langhe: elf gemeenten, twee soorten bodem

Het Barolo-gebied ligt ten zuidwesten van Alba, in de heuvels van de Langhe. Elf gemeenten mogen de naam gebruiken. Drie daarvan liggen er helemaal in: Barolo, Castiglione Falletto en Serralunga d’Alba. De andere acht, waaronder La Morra, Monforte d’Alba, Verduno en Novello, brengen een deel van hun grondgebied in.

De ondergrond is oude zeebodem. Miljoenen jaren geleden stond hier water, en het slib dat achterbleef ligt nu in banden door de heuvels. Grofweg zijn er twee soorten. In het westen, rond La Morra en het dorp Barolo zelf, ligt jongere mergel met meer klei. In het oosten, rond Serralunga en Monforte, zit meer zand en kalk in de grond. Wijnen van de westkant staan bekend als geuriger en eerder toegankelijk, die van de oostkant als steviger en trager. Castiglione Falletto ligt op de overgang en heeft van allebei iets.

Sinds 2010 mogen de namen van afgebakende wijngaardgebieden op het etiket staan. Cannubi, Brunate, Bussia en Vigna Rionda zijn zulke namen. Een fles kan dus alleen Barolo zeggen, of daarnaast de gemeente noemen, of tot op de wijngaard nauwkeurig zijn. Voor wie de streek een beetje kent, staat er op zo’n etiket dus meer dan een merknaam.

De heuvels van de Langhe met wijngaarden en de dorpen Castiglione Falletto en La Morra
Het wijnbouwlandschap van de Langhe, de Roero en het Monferrato staat sinds 2014 op de werelderfgoedlijst van UNESCO. Foto: Christoph Strässler (CC BY-SA 2.0), via Wikimedia Commons

Wat de DOCG voorschrijft

Barolo kreeg in 1966 de status DOC en in 1980 de zwaardere DOCG, in het eerste groepje van vier, samen met Barbaresco, Brunello di Montalcino en Vino Nobile di Montepulciano. Bij die zwaardere status hoort een keuring voordat er gebotteld mag worden.

De bekendste eis gaat over tijd. Barolo moet minstens achtendertig maanden rijpen, gerekend vanaf 1 november van het oogstjaar, en daarvan moet hij minstens achttien maanden op hout liggen. Een oogst van 2021 kan dus niet vóór 2025 in de winkel staan. Voor een Riserva loopt die termijn op tot tweeënzestig maanden, ruim vijf jaar, met dezelfde achttien maanden hout als ondergrens.

Wat er niet in staat, is welk hout. De maat van het vat is vrij. Traditionele huizen gebruiken grote ovale botti van Slavonische eik, die weinig smaak afgeven en vooral heel langzaam lucht doorlaten. Vanaf eind jaren tachtig stapten andere huizen over op kleine Franse barriques, die sneller werken en meer van zichzelf meegeven. Dat verschil heeft in de Langhe jarenlang voor onenigheid gezorgd. Allebei zijn ze toegestaan, en aan het etiket zie je niet welke kant een huis heeft gekozen.

Wijngaarden op de helling boven het dorp Barolo in Piemonte
In het kasteel van de familie Falletti, midden in het dorp Barolo, zit sinds 2010 een wijnmuseum. Foto: Megan Mallen (CC BY 2.0), via Wikimedia Commons

Barolo en Barbaresco: dezelfde druif, andere regels

Barbaresco ligt aan de andere kant van Alba, noordoostelijk, dichter bij de rivier de Tanaro. Vier gemeenten mogen die naam voeren: Barbaresco, Neive, Treiso en een deel van Alba zelf. Het gebied is aanzienlijk kleiner dan dat van Barolo, ruwweg een derde van de oppervlakte.

De heuvels liggen er wat lager en de rivier houdt het net iets zachter. Nebbiolo rijpt daardoor gemiddeld een paar dagen eerder af. Dat is de reden dat de wet er minder geduld eist: zesentwintig maanden in plaats van achtendertig, waarvan negen maanden op hout in plaats van achttien. Een Barbaresco Riserva moet vijftig maanden hebben.

Verder zijn de regels vrijwel gelijk. Dezelfde druif, dezelfde streek, een paar kilometer verderop. Wie de twee naast elkaar zet, proeft eerder het verschil tussen twee huizen en twee wijngaarden dan tussen twee namen op het etiket.

Het dorp Barbaresco met zijn hoge toren, met de besneeuwde Alpen op de achtergrond
Alba ligt tussen de twee gebieden in. Datzelfde stadje is ook het middelpunt van de handel in witte truffels uit deze heuvels. Foto: Giorgio Galeotti (CC BY 4.0), via Wikimedia Commons

Waar je kunt beginnen

Een jonge Barolo is niet meteen meegaand. De tannine staat vooraan, en dat is precies de bedoeling: die structuur is wat de wijn jarenlang overeind houdt. Wil je hem nu drinken, geef hem dan lucht. Een uur in een karaf en een ruim glas doen meer dan wat ook.

Wil je niet wachten, dan is er een kortere weg. Van dezelfde druif worden ook Langhe Nebbiolo en Nebbiolo d’Alba gemaakt, met veel lichtere rijpingseisen. Dat zijn geen mindere wijnen, het zijn andere afspraken. Ze laten zien wat het ras doet zonder de jaren hout eromheen. In onze wijndatabase kun je op druif zoeken en zo alle nebbiolo bij elkaar zetten.

Weet je niet welke kant je op wilt, kom dan langs in Bathmen of bel 0570 541 278. Dan kijken we mee.

Verder kijken

Alles wat wij aan wijn voeren staat in de wijndatabase, waar je op land, streek, druif en kleur kunt filteren. De achtergrond per streek staat in de wijngids, en de huizen waarvan wij wijn in huis hebben staan bij elkaar op wijnhuizen. Rechtstreeks doorklikken kan ook: wijn uit Italië, wijn uit Piemonte en wijn van de nebbiolodruif.

Wil je Italië van de andere kant bekijken, lees dan Amarone della Valpolicella: waarom de druiven eerst indrogen. Daar draait alles om wat er ná de pluk gebeurt. De rest van wat er in Bathmen op het schap staat vind je op ons blog.